ECLI:NL:RBASS:2012:BW9876

Rechtbank Assen

Datum uitspraak
15 juni 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
19.156122-11
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • A.L.M.J.A. Janssens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 369 lid 2 SvArt. 328 SvArt. 367 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing strafzaak door politierechter naar meervoudige kamer wegens ernst van het feit

Op 15 juni 2012 vond een terechtzitting plaats bij de politierechter van de Rechtbank Assen in een strafzaak tegen een verdachte die niet was verschenen. De politierechter verleende verstek en besloot de zaak buiten aanwezigheid van de verdachte voort te zetten. De verdediging had verzocht om het horen van getuigen. De officier van justitie vorderde vervolgens dat de zaak zou worden verwezen naar de meervoudige kamer van de rechtbank, omdat de ernst van het feit dit rechtvaardigde en de politierechter geen hogere gevangenisstraf dan één jaar mocht requireren.

De politierechter overwoog dat op grond van artikel 369 lid 2 Sv Pro, in samenhang met artikel 328 Sv Pro en artikel 367 Sv Pro, het Openbaar Ministerie bevoegd is om een dergelijke verwijzing te vorderen. Ondanks de relatieve ouderdom van de zaak en het feit dat het OM de zaak eerder had kunnen aanbrengen bij de meervoudige kamer, werd de vordering toegewezen. De politierechter benadrukte dat het afwijzen van de vordering de vrijheid van het OM om te requireren zou beperken en de verhouding tussen OM en rechter zou verstoren.

De politierechter schortte het onderzoek voor onbepaalde tijd en stelde de stukken in handen van de rechter-commissaris voor het horen van getuigen en verdere noodzakelijke onderzoekshandelingen. Tevens werd de zaak verwezen naar de meervoudige kamer en werden oproepingen bevolen voor verdachte en benadeelde partijen. Het proces-verbaal werd vastgesteld en ondertekend door de politierechter en griffier.

Uitkomst: De politierechter wijst de vordering van het OM toe en verwijst de zaak naar de meervoudige kamer.

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN
Sector strafrecht
Parketnummer: 19-156122-11
Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de Politierechter in bovengenoemde rechtbank op vrijdag 15 juni 2012.
Tegenwoordig:
mr. A.L.M.J.A. Janssens, politierechter,
mr. W. Huizing, officier van justitie,
en R.C. Sprong, griffier.
De politierechter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.
De verdachte, genaamd:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats en -land] op [geboortedatum] 1974,
wonende te [adres],
is niet verschenen.
De politierechter beveelt dat tegen de niet verschenen verdachte verstek wordt verleend en dat de behandeling van de zaak buiten diens aanwezigheid wordt voortgezet.
De politierechter memoreert dat de verdediging van de verdachte en/of één of meer van de medeverdachten, heeft verzocht een aantal getuigen te doen horen.
De officier van justitie vordert vervolgens verwijzing van de zaak naar de meervoudige kamer van deze rechtbank, omdat de ernst van het feit naar haar oordeel daartoe aanleiding geeft en zij, officier van justitie, geen hogere gevangenisstraf mag requireren dan één jaar nu de zaak bij de politierechter is aangebracht.
De politierechter overweegt met betrekking tot de vordering van de officier van justitie als volgt. Op de voet van art. 369 lid 2 Sv Pro, in samenhang met art. 328 Sv Pro dat in art. 367 Sv Pro van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op het rechtsgeding voor de politierechter, is de officier van justitie bevoegd te vorderen dat de strafzaak door de meervoudige kamer van de rechtbank zal worden behandeld. Daargelaten de relatieve ouderdom van de onderhavige strafzaak en daargelaten het feit dat het OM deze zaak al eerder dan wel direct had kunnen aanbrengen ter behandeling van de meervoudige kamer, zal de politierechter de vordering toewijzen en de strafzaak verwijzen naar de meervoudige kamer. Een beslissing om de vordering van de officier van justitie af te wijzen zou de vrijheid van het OM om te requireren aan banden leggen, hetgeen de verhouding tussen het OM en de rechter zou miskennen.
De politierechter schorst hierna, gehoord de officier van justitie, het onderzoek voor onbepaalde tijd. Hij stelt de stukken in handen van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, voor het horen van de door de verdediging opgegeven getuigen en zoveel meer te doen als hij in het belang van het onderzoek noodzakelijk acht. De politierechter verwijst de zaak tevens naar de meervoudige kamer van deze rechtbank.
De politierechter beveelt de oproeping van verdachte tegen de dag van de nadere terechtzitting, met kennisgeving daarvan aan de raadsman van verdachte. Tevens beveelt de politierechter de oproeping van de benadeelde partijen die hebben aangegeven op de hoogte te willen worden gehouden van het verloop van de strafzaak.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de politierechter en de griffier is vastgesteld en getekend.