ECLI:NL:RBASS:2012:BW7554
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.J. Schoemaker
- H.H.A. Fransen
- E.C.M. Wolfert
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs uitbuiting en voordeel trekken uit prostitutie
De rechtbank Assen heeft op 5 juni 2012 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van uitbuiting van een slachtoffer door middel van dwang en misbruik van een kwetsbare positie, en het trekken van voordeel uit haar prostitutie.
De tenlastelegging betrof gedragingen in de periode van oktober 2006 tot april 2010, waarbij verdachte en/of zijn medeverdachten het slachtoffer zouden hebben gedwongen om opbrengsten uit prostitutie af te staan. Verdachte ontkende de tenlastelegging en de rechtbank achtte het bewijs onvoldoende. De verklaringen van het slachtoffer waren het enige directe bewijs, terwijl getuigenverklaringen gebaseerd waren op wat zij van het slachtoffer of elkaar hadden gehoord en geen eigen waarnemingen bevatten.
De officier van justitie en de raadsman van verdachte waren het eens met de conclusie dat het tenlastegelegde niet wettig bewezen kon worden verklaard. De rechtbank sprak verdachte daarom vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Daarnaast werd een vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf afgewezen omdat de vrijspraak integraal was. De rechtbank oordeelde dat verdachte niet geschaad was in zijn verdediging door taal- en schrijffouten in de tenlastelegging en verduidelijkte de terminologie rondom mededaders in het vonnis.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig bewijs voor uitbuiting en voordeel trekken uit prostitutie.