ECLI:NL:RBASS:2011:BU5882
Rechtbank Assen
- Wraking
- A. van der Meer
- H. Wolthuis
- M.E. van Rossum
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen een rechter van de rechtbank Assen, stellende dat hij geen vertrouwen heeft in de onpartijdigheid van deze rechter vanwege eerdere negatieve uitspraken in procedures waarin verzoeker betrokken was.
De rechter tegen wie het wrakingsverzoek is gericht, wenste niet te worden gehoord en berustte niet in het verzoek. De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en het vereiste dat er sprake moet zijn van feiten of omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigen.
De wrakingskamer oordeelde dat de aangevoerde gronden te algemeen waren en vooral betrekking hadden op eerdere procedures die negatief voor verzoeker waren geëindigd. Het enkele feit dat een rechter eerder een ongunstige uitspraak deed, ook al was er sprake van meineed in die zaak, vormt geen grond voor het vermoeden van partijdigheid in de huidige procedure.
Daarom wees de wrakingskamer het verzoek tot wraking af en bepaalde dat de behandeling van de onderliggende zaken onverminderd kan worden voortgezet. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 23 september 2011.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.