ECLI:NL:RBASS:2011:BQ2218

Rechtbank Assen

Datum uitspraak
25 maart 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
85653 / HA RK 11-57
Instantie
Rechtbank Assen
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in ondertoezichtstelling zaak

Verzoekers hebben een wrakingsverzoek ingediend tegen de kinderrechter die uitspraak deed in een zaak over ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van hun minderjarige dochter. Zij stelden dat de rechter bevooroordeeld was en dat hun verhaal onvoldoende was gehoord, en uitten kritiek op een test uitgevoerd door BJZ/Yorneo.

De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wraking mogelijk is op basis van feiten die de onpartijdigheid van de rechter kunnen schaden. Echter, de wet staat niet toe dat wraking wordt verzocht nadat de einduitspraak is gedaan. Aangezien het wrakingsverzoek pas na de einduitspraak werd ingediend, verklaarde de rechtbank verzoekers niet-ontvankelijk.

De rechtbank vond een zitting over het wrakingsverzoek niet nodig omdat het verzoek al op ontvankelijkheid strandde, waardoor inhoudelijke behandeling achterwege bleef. Tevens werd een prematuur wrakingsverzoek met betrekking tot een nog te houden zitting afgewezen. De beschikking werd gegeven door een meervoudige kamer en schriftelijk vastgelegd op 25 maart 2011.

Uitkomst: Verzoekers zijn niet-ontvankelijk verklaard in hun wrakingsverzoek tegen de kinderrechter na de einduitspraak.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ASSEN
Sector civiel recht
zaaknummer / rekestnummer: 85653 / HA RK 11-57
Beschikking van de meervoudige kamer op het schriftelijke verzoek tot wraking ingevolgde artikel 36 e.v. van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van 25 maart 2011
in de zaak van
1. [VERZOEKER SUB 1],
wonende te [woonplaats],
verzoeker,
2. [VERZOEKSTER SUB 2],
wonende te [woonplaats],
verzoekster.
1. De procedure
Verzoekers hebben bij verzoekschrift d.d. 14 maart 2011 de wraking verzocht van [de rechter], kinderrechter, in de zaak met zaaknr. 85050.
2. Het standpunt van verzoekers
Verzoekers leggen aan hun verzoek ten grondslag dat de rechter was bevooroordeeld in de zaak met zaaknummer 85050 m.b.t. het verzoekschrift van de Raad voor de Kinderbescherming strekkende tot de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de minderjarige [minderjarige], dochter van verzoekers. Zij stellen dat hun verhaal niet werd gehoord. Zij vinden de test die door BJZ/Yorneo is gedaan niet voldoende.
3. De beoordeling
3.1. Op grond van art. 36 Rv Pro. kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om, wanneer de behandeling van de zaak is geëindigd door het wijzen van een einduitspraak, wraking te verzoeken van de rechter die deze einduitspraak heeft gedaan (HR 18 december 1998, NJ 1999, 271).
3.2. Uit het proces-verbaal van de zitting d.d. 9 maart 2011 blijkt dat de rechter ter zitting mondeling uitspraak heeft gedaan. Deze uitspraak is vastgelegd in een beschikking d.d. 9 maart 2011. Nu het wrakingsverzoek is gedaan na de einduitspraak in de betreffende zaak zijn verzoekers niet ontvankelijk in hun verzoek.
Naar het oordeel van de rechtbank kan een behandeling ter zitting van het wrakingsverzoek achterwege blijven, nu een zitting is bedoeld voor een debat over de gegrondheid van het verzoek. Het wrakingsverzoek blijft hier al steken in de fase van de ontvankelijkheidsvraag, zodat een debat over de gegrondheid van het verzoek niet aan de orde komt (vgl. concl. AG in NJ 1999, 271).
3.3. Voor zover het verzoek is gedaan met het oog op een nog te houden zitting (volgens verzoekers tussen de leerplichtambtenaar en [minderjarige]), geldt dat dit verzoek prematuur is, zodat het evenmin behandeld kan worden.
4. De beslissing
1. Verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek tot wraking.
2. Beveelt dat de griffier onverwijlde mededeling van deze beslissing doet aan verzoekers, de Raad voor de Kinderbescherming Regio Groningen en Drenthe, locatie Groningen, en [de rechter].
Deze beschikking is gegeven door mr. A. van der Meer, mr. J.J. Schoemaker en
mr. H. Wolthuis op 25 maart 2011 en door mr. Van der Meer en de griffier ondertekend.