ECLI:NL:RBASS:2011:BP1952
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.J. Schoemaker
- C.P. van Gastel
- H. de Wit
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs aanmerkelijke onoplettendheid bij verkeersongeval
Op 8 juli 2010 vond te Hoogeveen een verkeersongeval plaats waarbij verdachte met zijn personenauto tegen de achterzijde van een voorligger botste. Verdachte werd primair ten laste gelegd dat hij zeer of aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend had gehandeld, mede door verminderd zicht door een insectenbeet en felle zon, wat leidde tot zwaar lichamelijk letsel bij het slachtoffer.
De rechtbank oordeelde dat sprake was van een enkele verkeersfout en dat niet was voldaan aan de vereisten voor aanmerkelijke onoplettendheid zoals bedoeld in artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994. Er was onvoldoende bewijs dat het zichtverminderende effect van de insectenbeet of de zon invloed had op het rijgedrag van verdachte.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het primair ten laste gelegde feit maar achtte bewezen dat verdachte onvoldoende afstand had gehouden tot het voor hem rijdende voertuig, waardoor gevaar werd veroorzaakt en het verkeer werd gehinderd. Verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van €500,- met een vervangende hechtenis van 10 dagen bij niet-betaling, en een voorwaardelijke rijontzegging van drie maanden met een proeftijd van twee jaar.
De rechtbank hield rekening met de omstandigheden van het ongeval, de persoon van verdachte en diens eerdere strafblad bij het bepalen van de straf. De officier van justitie had primair vrijspraak gevorderd, subsidiair een veroordeling wegens overtreding van artikel 5 van Pro de Wegenverkeerswet 1994.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van aanmerkelijke onoplettendheid, maar veroordeeld voor onvoldoende afstand houden met geldboete en voorwaardelijke rijontzegging.