ECLI:NL:RBASS:2010:BP8550
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging erkenning kind wegens twijfel biologische vaderschap en dwaling
De man verzocht de rechtbank om de erkenning van het kind te vernietigen, omdat hij twijfelde aan zijn biologische vaderschap. De vrouw had aanvankelijk een ander kind meegenomen naar een DNA-afname, wat de procedure vertraagde. De rechtbank gelastte een nieuw DNA-onderzoek en legde een dwangsom op aan de vrouw om medewerking af te dwingen.
Tijdens de procedure erkende de vrouw haar fout en stemde in met een nieuw onderzoek, maar stelde zich later op het standpunt dat zij de kosten niet kon betalen en weigerde medewerking. De man bood aan de kosten voor te schieten, maar de vrouw weigerde dit aanbod. De rechtbank besloot de kosten door de Staat te laten voorschieten en dwangmiddelen toe te passen om het onderzoek te laten plaatsvinden.
Het DNA-onderzoek toonde uiteindelijk met meer dan 99,99% zekerheid aan dat de man de biologische vader was. Hierop trok de man zijn verzoek tot vernietiging van de erkenning in. De rechtbank benadrukte het belang van duidelijkheid voor het kind en de familierechtelijke betrekkingen die voortvloeien uit het vaderschap.
De uitspraak werd gedaan door rechter T.M.L. Veen op 29 september 2010, waarbij de vrouw werd verplicht tot medewerking aan het DNA-onderzoek onder dwangsom. De procedure werd aangehouden totdat de uitslag van het onderzoek bekend was.
Uitkomst: De rechtbank gelastte een nieuw DNA-onderzoek en legde een dwangsom op aan de vrouw; na bevestiging van het vaderschap trok de man zijn verzoek in.