ECLI:NL:RBASS:2010:BP1644
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing enkelvoudig ouderlijk gezag aan moeder na beëindiging gezamenlijk gezag
De vrouw verzoekt de rechtbank om het gezamenlijk ouderlijk gezag over haar twee minderjarige kinderen eenhoofdig aan haar toe te wijzen. De vader, die de kinderen heeft erkend maar niet biologisch verwant is, heeft verklaard geen contact meer te willen onderhouden met de kinderen en wil niet langer belast worden met het ouderlijk gezag vanwege spanningen en zijn ziekte.
De rechtbank overweegt dat de beëindiging van de relatie en samenwoning, de spanningen en de ziekte van de vader geen op zichzelf staande gewijzigde omstandigheden vormen die het gezamenlijk gezag onmogelijk maken. Echter, de vader geeft al geruime tijd geen invulling aan zijn gezag en onderhoudt geen contact met de kinderen, wat een feitelijke wijziging van omstandigheden inhoudt.
Gezien het belang van de kinderen en het feit dat zij bij de moeder verblijven, acht de rechtbank het in het belang van de minderjarigen dat de moeder het gezag eenhoofdig krijgt toegewezen. De rechtbank concludeert dat de vrouw ontvankelijk is in haar verzoek en wijst dit toe, waarmee het gezamenlijk gezag wordt beëindigd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek toe en kent het ouderlijk gezag eenhoofdig toe aan de moeder.