ECLI:NL:RBASS:2010:BO8453
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. van der Meer
- B. I. Klaassens
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid in vreemdelingenzaak
In deze zaak heeft een Iraakse vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. W. Spijkstra, tijdens de zitting op 10 december 2010 een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter. Verzoeker stelde dat hij onvoldoende gelegenheid kreeg om zijn standpunten, met name over artikel 15 van Pro de Definitierichtlijn, toe te lichten. Hij vond dat de rechter de omvang van het geding te beperkt had vastgesteld en hem niet toestond zijn betoog volledig te doen.
De rechtbank heeft het wrakingsverzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat de mogelijkheid biedt rechters te wraken bij gegronde vrees voor partijdigheid. De wrakingskamer stelde vast dat de rechter verzoeker wel degelijk gelegenheid heeft gegeven zich uit te laten over de omvang van het geding en dat het beperken van het geschil tot nieuwe feiten en omstandigheden binnen de taak en bevoegdheid van de rechter valt.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen objectieve aanwijzingen zijn voor partijdigheid of de schijn daarvan. De beoordeling van de omvang van het geding behoort tot de rechterlijke bevoegdheid en vormt geen grond voor wraking. Het verzoek werd dan ook afgewezen. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectieve aanwijzingen voor partijdigheid.