ECLI:NL:RBASS:2010:BO5155
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek vervallen verklaring aanwijzing Jeugdzorg en omgangsregeling vader
De vader verzoekt de rechtbank om de aanwijzing van Stichting Bureau Jeugdzorg Drenthe (SBJD) te vervallen te verklaren en een omgangsregeling vast te stellen waarbij hij zijn dochter vaker kan zien dan de door SBJD voorgestelde regeling van één keer per zes weken onder begeleiding.
De moeder verzet zich tegen het verzoek en stelt dat de vader emotioneel onstabiel en agressief is, waardoor zij vreest voor de veiligheid van het kind. Zij vraagt juist om een uitgebreidere omgangsregeling tussen haar en de minderjarige.
De rechtbank overweegt dat het recht op omgang tussen vader en kind is verankerd in art. 8 lid 1 EVRM Pro, maar dat beperkingen op dit recht mogelijk zijn ter bescherming van de gezondheid en veiligheid van het kind (art. 8 lid 2 EVRM Pro). Gelet op de zorgwekkende gezinssituatie met huiselijk geweld en de kwetsbare hechtingsfase van het kind, acht de rechtbank het momenteel te vroeg om de omgangsregeling te verruimen.
De aanwijzing van SBJD, die rekening houdt met de veiligheid en het welzijn van de minderjarige, blijft daarom van kracht. Het verzoek van de vader wordt afgewezen omdat het belang en de veiligheid van het kind voorop staan.
De beschikking is uitgesproken door kinderrechter A.L.J.M.A. Janssens op 25 augustus 2010 en is voorzien van een mogelijkheid tot cassatie bij de Hoge Raad binnen drie maanden.
Uitkomst: Verzoek tot vervallen verklaring van de aanwijzing Jeugdzorg en verruiming omgangsregeling wordt afgewezen vanwege de veiligheid van het kind.