ECLI:NL:RBASS:2009:BM1440
Rechtbank Assen
- Kort geding
- H. Wolthuis
- Rechtspraak.nl
Verval van bewijsbeslag wegens te late eisinstelling in hoofdzaak
De rechtbank Assen oordeelde dat het conservatoir bewijsbeslag dat door gedaagde was gelegd onder eiseres per ultimo november 2009 van rechtswege is vervallen. Dit omdat gedaagde haar eis in de hoofdzaak niet binnen de in de beslagbeschikking gestelde termijn had ingesteld. De eis in de hoofdzaak werd door gedaagde pas op 9 december 2009 ingesteld, terwijl de beschikking van 17 augustus 2009 bepaalde dat dit uiterlijk ultimo november 2009 moest gebeuren.
De voorzieningenrechter stelde vast dat onder 'eis in de hoofdzaak' de incidentele conclusie van gedaagde ex artikel 843a Rv valt. Gedaagde had niet tijdig een verzoek tot termijnverlenging ingediend en had ook niet eerder haar conclusie genomen dan de eerste roldatum. De vordering van eiseres tot opheffing van het bewijsbeslag werd daardoor overbodig, maar zij handhaafde haar vorderingen tot vernietiging van de in beslag genomen materialen, het opleggen van een dwangsom en proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de gevolgen van het vervallen bewijsbeslag ook teniet moeten worden gedaan door vernietiging van de in beslag genomen materialen. De vordering daartoe werd toegewezen met een dwangsom van maximaal €250.000,--. De vordering dat gedaagde bij een nieuw bewijsbeslag een kopie van het vonnis zou moeten voegen en toelichten waarom het gerechtvaardigd is, werd afgewezen wegens gebrek aan belang.
Ten slotte werd gedaagde veroordeeld in de proceskosten van eiseres, begroot op €1.135,16. Het vonnis werd uitgesproken door mr. H. Wolthuis op 22 december 2009.
Uitkomst: Het bewijsbeslag vervalt van rechtswege wegens te late eisinstelling; gedaagde wordt veroordeeld tot vernietiging van de in beslag genomen materialen en betaling van proceskosten.