ECLI:NL:RBASS:2009:BK2839
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.M.M. Oostdam
- J.G. de Bock
- H.T. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken verwijtbaar onvoorzichtig gedrag bij dodelijk verkeersongeval
Op 9 maart 2009 reed de verdachte met een winkelwagen over de Molenstraat in Assen en naderde een voorrangskruising met de Thorbeckelaan. Hij verleende geen voorrang aan een snorfietsster die van links kwam, wat leidde tot een botsing waarbij de snorfietsster overleed.
De rechtbank oordeelde dat hoewel verdachte een verkeersfout beging door de snorfietsster niet te zien, dit niet voldoende was om hem aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend of roekeloos te achten in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet Pro 1994. De ernst van het gevolg, de dood van het slachtoffer, mocht volgens vaste jurisprudentie niet meewegen bij de beoordeling van verwijtbaarheid.
De verdachte werd vrijgesproken van het primair tenlastegelegde feit van schuld aan het ongeval, maar wel veroordeeld voor het subsidiair tenlastegelegde feit van het veroorzaken van gevaar op de weg. Gelet op de omstandigheden en het feit dat verdachte zich verantwoordelijk voelde en geen eerdere veroordelingen had, legde de rechtbank een geldboete van €250 op.
De rechtbank hield rekening met het voorlichtingsrapport van de reclassering en de draagkracht van verdachte. De officier van justitie had een werkstraf en een voorwaardelijke rijontzegging geëist, maar de rechtbank volgde dit niet. Het vonnis werd gewezen door drie rechters op 30 oktober 2009.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van schuld aan het ongeval maar veroordeeld tot een geldboete voor veroorzaken van gevaar op de weg.