ECLI:NL:RBASS:2008:BC9229
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M.H. Pauw
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid
De werknemer was sinds 1985 in dienst als stratenmaker en raakte in september 2004 arbeidsongeschikt door een privé-ongeval. Na diverse re-integratiepogingen en arbeidsdeskundig onderzoek concludeerden deskundigen dat hervatting van eigen werk of passend ander werk binnen het bedrijf niet mogelijk was. Werkgever vroeg en verkreeg ontslagvergunning van het CWI, gebaseerd op advies van het UWV.
De werknemer stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was en in strijd met goed werkgeverschap, en vorderde een schadevergoeding. De kantonrechter oordeelde dat het CWI-besluit niet ter discussie kan staan in deze procedure en dat het ontslag niet op een voorgewende of valse reden was gebaseerd. De medische beperkingen waren niet werkgerelateerd, en werkgever had gedurende twee jaar het salaris doorbetaald en kosten voor re-integratie en opleiding gedragen.
De rechtbank concludeerde dat er geen causaal verband was tussen de arbeidsongeschiktheid en het werk, dat het ontslag niet kennelijk onredelijk was, en dat de werkgever niet tekortgeschoten was in haar zorgplicht. Alle vorderingen van de werknemer werden afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de werknemer wegens kennelijk onredelijk ontslag worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.