ECLI:NL:RBASS:2008:BC8710
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing intrekking recht op bijstand wegens niet-nakoming informatieplicht
Eiser ontving sinds 2005 een bijstandsuitkering en verrichtte marginaal zelfstandige werkzaamheden. Verweerder startte in 2006 een onderzoek naar de uitkeringssituatie van eiser en verzocht hem om diverse bewijsstukken, waaronder bankafschriften en bewijs van inschrijving bij de Kamer van Koophandel. Eiser leverde niet alle gevraagde stukken tijdig aan, waarop verweerder het recht op bijstand opschortte per 1 februari 2007 en later introk per dezelfde datum.
Eiser maakte bezwaar tegen de besluiten en stelde dat hij naar vermogen aan zijn inlichtingenplicht had voldaan. De rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd was tot intrekking omdat eiser niet binnen de gestelde termijn duidelijkheid gaf over bepaalde stortingen op zijn bankrekening. Echter, de rechtbank vond dat de gehanteerde intrekkingsdatum 1 februari 2007 onredelijk was, omdat deze datum verband hield met een eerdere opschorting die op andere informatie was gebaseerd dan de intrekking.
De rechtbank vernietigde daarom het besluit voor zover het de intrekking per 1 februari 2007 betrof en bepaalde dat verweerder opnieuw op het bezwaar moet beslissen met inachtneming van deze overwegingen. Het beroep tegen de opschorting werd ongegrond verklaard. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De intrekking van het recht op bijstand per 1 februari 2007 wordt vernietigd, het beroep tegen de opschorting wordt ongegrond verklaard.