Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBASS:2007:BC0105

Rechtbank Assen

Datum uitspraak
18 december 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
19.605913-07
Instantie
Rechtbank Assen
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs bij ontuchtige handelingen met geestelijk beperkt slachtoffer

De verdachte werd ten laste gelegd dat hij in december 2006 in de gemeente Coevorden meerdere ontuchtige handelingen zou hebben gepleegd jegens een geestelijk beperkt meisje, waarbij sprake zou zijn geweest van dwang door geweld of psychisch en fysiek overwicht. Het slachtoffer was een meisje met geestelijke beperkingen, waarbij een orthopedagoog had aangegeven dat fantasie en werkelijkheid bij haar door elkaar kunnen lopen.

De rechtbank baseerde zich vooral op de verklaringen van het slachtoffer, die tijdens een studioverhoor waren afgelegd geruime tijd na de vermeende feiten. De rechtbank merkte op dat de verklaringen mogelijk beïnvloed waren door tussentijdse gesprekken over de gebeurtenissen en dat de vraagstelling tijdens het verhoor sturend en niet altijd open was. Bovendien waren de verklaringen niet consistent, wat mede verklaard kon worden door de geestelijke toestand van het slachtoffer.

Gelet op deze omstandigheden hield de rechtbank te veel twijfels over om tot een wettig en overtuigend bewezenverklaring te komen. De officier van justitie had een taakstraf geëist, maar de rechtbank sprak de verdachte vrij omdat het bewijs onvoldoende was. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Assen op 18 december 2007.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van ontuchtige handelingen.

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN
Sector strafrecht
Parketnummer: 19/605913-07
vonnis van de meervoudige kamer d.d. 18 december 2007 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:
[naam verdachte],
geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] 1950,
wonende te [adres verdachte].
Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 4 december 2007.
De verdachte is verschenen. Hij werd bijgestaan door mr. R.J. de Boer, advocaat te Coevorden.
De officier van justitie, mr. G.C. Bruins Slot, acht hetgeen is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen: een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van 180 uren subsidiair 90 dagen hechtenis en drie maanden voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaren.
Tenlastelegging
De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode 01 december 2006 tot en met 31 december 2006, in de gemeente Coevorden, althans in het arrondissement Assen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [naam betrokkene] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het aanraken van en/of knijpen in haar (blote) borst(en) en/of het aanraken van en/of wrijven over haar vagina, althans haar schaamstreek en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit het psychische en fysieke overwicht van verdachte op die (zwakbegaafde) [naam betrokkene], en/of uit het zich niet kunnen onttrekken aan vorenomschreven handelingen, aangezien verdachte en [naam betrokkene] ten tijde van die incidenten zich (telkens) in een (rijdend) motorvoertuig bevonden.
Vrijspraak
De verdachte dient van het tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.
In dit soort zaken is de rechtbank in het algemeen afhankelijk van de verklaringen van één getuige: het slachtoffer. In deze is het slachtoffer een meisje met geestelijke beperkingen. Zo verklaart o.a. het locatiehoofd van stichting De Leite, de heer [naam locatiehoofd] op dossierpagina 53 van het proces-verbaal dat [naam orthopedagoog], orthopedagoog bij stichting De Leite, heeft aangegeven dat bij [naam betrokkene] fantasie en werkelijkheid nog wel eens door elkaar lopen.
Voorts heeft de rechtbank acht te slaan op de verklaringen door het slachtoffer afgelegd tijdens het studioverhoor. Dit verhoor heeft plaatsgehad geruime tijd nadat de gebeurtenissen waarvan verdachte wordt verdacht zouden hebben plaatsgehad. Niet uit te sluiten valt dat de verklaringen van het slachtoffer zijn beïnvloed door hetgeen in de tussentijd over de vermeende gebeurtenissen is besproken. Daarbij komt dat de rechtbank zich niet aan de indruk kan onttrekken dat de vraagstelling tijdens het studioverhoor hier en daar enigszins sturend is geweest en bovendien soms vragen bevatte van een te weinig open karakter. Daarnaast zijn de verklaringen van het slachtoffer niet altijd consistent, waarbij de rechtbank natuurlijk overweegt dat dit van het slachtoffer ook nauwelijks mag worden verwacht.
Een en ander leidt tot de gevolgtrekking dat de rechtbank te veel twijfels overhoudt om tot de door de wet vereiste overtuiging te komen, zodat vrijspraak dient te volgen.
Beslissing van de rechtbank
De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.E. Münzebrock, voorzitter, en mr. N.R. Boonstra en mr. M.R.M. Beaumont, rechters, in tegenwoordigheid van R.C. Sprong, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op dinsdag 18 december 2007. Mr. Beaumont is buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.