ECLI:NL:RBASS:2007:BB1062
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F. le Poole
- Rechtspraak.nl
Onwettig kind vordert aandeel in nalatenschap na gerechtelijke vaderschapsvaststelling
Deze civiele zaak betreft een onwettig kind dat na gerechtelijke vaststelling van het vaderschap in 2005 haar deel in de nalatenschap van haar in 1982 overleden vader vordert. De rechtbank stelt vast dat het beroep op de legitieme portie tijdig is gedaan, ondanks dat de vaderschapsvaststelling pas na de wettelijke termijn in het nieuwe erfrecht definitief werd.
De eiseres vordert primair de vernietiging van de akte van verdeling van het registergoed uit 1994, maar de rechtbank oordeelt dat deze vordering te laat is ingesteld omdat de wettelijke termijn van een jaar na kracht van gewijsde van de vaderschapsvaststelling is verstreken. Wel kan de eiseres op grond van artikel 1:207 lid 5 BW Pro meedelen in het onverdeelde deel van de nalatenschap, voor zover dit niet is verteerd.
De rechtbank gelast een comparitie om nadere informatie te verkrijgen over de omvang van het nog aanwezige vermogen en stelt dat gedaagden moeten aantonen dat het vermogen geheel is verteerd. Verder wijst de rechtbank erop dat er geen sprake is van misbruik van recht door de eiseres. De zaak wordt aangehouden voor verdere behandeling en beproeving van een minnelijke regeling.
Uitkomst: Het beroep op de legitieme portie is tijdig, vernietiging van de verdeling is te laat, eiseres kan meedelen in het onverdeelde deel van de nalatenschap.