ECLI:NL:RBASS:2007:BA8194
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. de Wit
- A. Rombouts-Nieuwstraten
- N.R. Boonstra
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig bewijs ontuchtige handelingen door werkgever
De rechtbank Assen behandelde op 26 juni 2007 een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van het plegen van ontuchtige handelingen jegens twee slachtoffers binnen zijn bedrijf. De tenlastelegging betrof onder meer het betasten van verschillende lichaamsdelen en het dwingen van de slachtoffers tot het dulden van deze handelingen door middel van geweld of bedreiging.
Tijdens de terechtzitting betwistte verdachte het ontuchtige karakter van zijn handelingen en stelde dat zijn gedrag voortkwam uit een ongedwongen, plagerige sfeer binnen het bedrijf. De rechtbank nam verklaringen van verdachte, aangeefsters en getuigen in overweging, evenals foto's van een personeelsfeest die een informele sfeer toonden. De rechtbank concludeerde dat verdachte geen seksuele bedoelingen had en dat de handelingen niet als ontuchtig konden worden aangemerkt.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat er onvoldoende bewijs was dat de slachtoffers door geweld of bedreiging waren gedwongen tot het dulden van de handelingen. De afhankelijkheidsrelatie tussen verdachte en de slachtoffers was onvoldoende om dwang aan te nemen. Ook werden verklaringen van aangeefsters inconsistent bevonden, waardoor de rechtbank niet tot een wettig en overtuigend bewijs kon komen.
Op grond van de beoordeling van het bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Het bevel tot inverzekeringstelling en de rechtmatigheid van de verklaringen van verdachte werden eveneens bevestigd. De uitspraak benadrukt het belang van de bedoeling van de dader en de noodzaak van overtuigend bewijs bij ontuchtige handelingen.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van ontuchtige handelingen en dwang.