ECLI:NL:RBASS:2006:AZ3265

Rechtbank Assen

Datum uitspraak
28 november 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
19.810133-06
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 SrArt. 33 SrArt. 33a SrArt. 36b SrArt. 36c Sr
Verwijzingen
24 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor handel in cocaïne en bezit vuurwapen met verminderd toerekeningsvatbaarheid

De rechtbank Assen heeft op 28 november 2006 uitspraak gedaan in een zaak tegen een verdachte die samen met anderen handelde in cocaïne en tevens een pistool van het merk Zastava M-70 in bezit had in de gemeente Emmen.

Uit een psychiatrisch rapport bleek dat de verdachte zwakbegaafd is en een gedragsstoornis heeft, waardoor hij zijn wil niet geheel vrij kon bepalen. De rechtbank achtte hem daarom licht verminderd toerekeningsvatbaar. De bewezenverklaring betrof het bezit van het vuurwapen en het meermalen opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne in de genoemde periode.

De rechtbank veroordeelde de verdachte tot een jeugddetentie van 385 dagen, waarvan 300 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een werkstraf van 200 uren. Tevens werd een voorwaardelijke maatregel opgelegd met bijzondere voorwaarden waaronder toezicht door de jeugdreclassering en deelname aan een intensief begeleidingsprogramma.

Daarnaast werden een in beslag genomen GSM verbeurd verklaard en het pistool met munitie onttrokken aan het verkeer. De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, en eerdere veroordelingen bij het bepalen van de straf.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot deels voorwaardelijke jeugddetentie van 385 dagen en 200 uur werkstraf wegens handel in cocaïne en bezit van een pistool.

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN
STRAFVONNIS van de Meervoudige kamer in de zaak van het openbaar ministerie tegen:
[naam verdachte],
geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] 1989,
wonende [adres verdachte].
Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 14 november 2006.
De verdachte is verschenen, bijgestaan door Mr. J.F. Grégoire, advocaat te 's-Gravenhage.
De officier van justitie mr. J. Hoekman acht hetgeen onder 1 en 2 is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:
- een onvoorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 79 dagen met aftrek ex artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht;
- een werkstraf voor de duur van 200 uren, subsidiair 100 dagen jeugddetentie;
- de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, met de bijzondere voorwaarde toezicht jeugd- reclassering, hetgeen mede zal inhouden deelname aan een dagbehandeling van de F.J.P. en deelname aan het Intensieve Traject Begeleiding Harde Kern;
- onttrekking aan het verkeer van een pistool, merk Zastava M-70, cal 7.65 mm, twee patroonhouders en 8 patronen;
- verbeurdverklaring van een GSM van het merk Samsung, kleur zwart.
TENLASTELEGGING
De verdachte is ingevolge de ter terechtzitting gewijzigde tenlastelegging bij dagvaarding tenlastegelegd, dat
1. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode gelegen tussen 1
november 2005 tot en met 26 juni 2006 in de gemeente Emmen, althans in de
gemeente Emmen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander
of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne (diacetylmorfine) en/of een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde heroïne en/of cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2. hij op of omstreeks 30 oktober 2005 te Emmen, althans in de gemeente Emmen, een of meer vuurwapens van categorie III, te weten een pistool (merk: Zastava, type M 70, kaliber: 7,65 mm), voorhanden heeft gehad en/of heeft gedragen;
BEWIJSMIDDELEN
Overeenkomstig de nader op te nemen bewijsconstructie.
BEWEZENVERKLARING
De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1 en onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1. hij in de periode gelegen tussen 1 november 2005 tot en met 26 juni 2006 in
de gemeente Emmen, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, telkens opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
2. hij op 30 oktober 2005 in de gemeente Emmen een vuurwapen van categorie III, te weten een pistool (merk: Zastava, type M 70, kaliber: 7,65 mm), voorhanden heeft gehad;
De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
De verdachte zal van het onder 1 en onder 2 meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
KWALIFICATIES
Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op:
1. Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder B
van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd,
strafbaar gesteld bij artikel 10 van Pro de Opiumwet;
2. Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie,
strafbaar gesteld bij artikel 55, lid 3 van de Wet Wapens en Munitie.
STRAFBAARHEID
De rechtbank heeft kennis genomen van een psychiatrisch rapport d.d. 31 oktober 2006, opgemaakt door mevr. I.E. Troost, kinder- en jeugdpsychiater, vast gerechtelijk deskundige.
Dit rapport houdt onder meer in als conclusie - zakelijk weergegeven -:
"Bij verdachte is sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens
in de vorm van een zwakbegaafdheid en een gedragsstoornis. Hiervan was ook
sprake ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde. Verdachte kon vanuit zijn
zwakbegaafdheid niet geheel zijn wil in vrijheid bepalen.
De psychiater acht de verdachte daarom licht verminderd toerekeningsvatbaar.
De rechtbank verenigt zich, mede gelet op de toedracht van de feiten en de persoon van de verdachte, met voormelde conclusies en maakt die tot de hare.
De rechtbank is derhalve van oordeel, dat het hiervoor bewezen verklaarde aan de verdachte kan worden toegerekend, zij het in licht verminderde mate.
STRAFMOTIVERING
De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straffen in aanmerking:
- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;
- de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan;
- hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte;
- de eis van de officier van justitie;
- het pleidooi van de raadsman van de verdachte;
- de oriëntatiepunten voor de straftoemeting;
- de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen
documentatieregister d.d. 27 juni 2006, waaruit blijkt dat de verdachte
eerder ter zake van een misdrijf is veroordeeld;
De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang
met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van
oordeel dat in dit geval naast een taakstraf van na te melden duur een deels
onvoorwaardelijke straf van jeugddetentie geboden is, met aan het voorwaardelijk
gedeelte van die jeugddetentie na te melden bijzondere voorwaarden verbonden.
MOTIVERING VAN DE VERBEURDVERKLARING
De rechtbank acht het hierna te vermelden in beslag genomen voorwerp vatbaar voor verbeurdverklaring aangezien het een voorwerp is met behulp waarvan feit is begaan en voorbereid en aan de verdachte toebehoort.
MOTIVERING VAN DE MAATREGEL ONTTREKKING AAN HET VERKEER
De rechtbank acht de hierna te vermelden in beslag genomen voorwerpen vatbaar voor onttrekking aan het verkeer aangezien deze voorwerpen van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerd bezit daarvan in strijd is met de wet.
TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN
De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 27, 33, 33a, 36b, 36c, 63, 77g, 77h, 77i, 77j, 77k, 77m, 77n, 77o, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg en 91 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING VAN DE RECHTBANK
De rechtbank verklaart bewezen dat het 1 en onder 2 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.
De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte 1 en onder 2 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 385 dagen waarvan een gedeelte groot 300 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren
een taakstraf bestaande uit 200 uren werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid met bevel dat, voor het geval de verdachte deze werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie voor de duur van 100 dagen zal worden toegepast;
De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of gedurende die proeftijd de hierna te vermelden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.
De rechtbank stelt als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de
proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de Jeugdreclassering, zolang deze instelling zulks nodig oordeelt,
hetgeen mede inhoudt dat de verdachte zal deelnemen aan het Intensieve Traject
Begeleiding Harde Kern, zolang genoemde reclasseringsinstelling zulks nodig zal
oordelen, met opdracht aan die instelling ingevolge artikel 77aa van het Wetboek
van Strafrecht.
De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde straf van jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht.
De rechtbank verklaart verbeurd het navolgende in beslag genomen voorwerp:
een GSM van het merk Samsung, kleur zwart.
De rechtbank verklaart onttrokken aan het verkeer de navolgende in beslag genomen voorwerpen:
te weten, een pistool, merk Zastava M-70, cal 7.65 mm, twee patroonhouders en 8
patronen.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.E. Münzebrock, voorzitter, tevens kinderrechter en J.A.A.M. van Veen en mr. H.K. Elzinga, rechters in tegenwoordigheid van J. Bos, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 28 november 2006, zijnde mr. Van Veen en mr. Elzinga buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.