ECLI:NL:RBASS:2006:AZ0695

Rechtbank Assen

Datum uitspraak
20 oktober 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
19.613059-05
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225 SrArt. 47 SrArt. 10 SrArt. 27 SrArt. 57 Sr
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen van meervoudige valsheid in geschrift met studiefinanciering

De rechtbank Assen heeft op 20 oktober 2006 uitspraak gedaan in een zaak tegen een verdachte die werd beschuldigd van medeplegen van meervoudige valsheid in geschrift. De tenlastelegging betrof het valselijk opmaken en gebruiken van aanvraag- en wijzigingsformulieren studiefinanciering voor meerdere personen over de periode van september 1998 tot april 2003 in diverse Nederlandse steden.

Tijdens de terechtzitting op 6 oktober 2006 was de verdachte niet aanwezig en is verstek verleend. De rechtbank achtte het bewezen dat de verdachte, al dan niet samen met anderen, valse verklaringen had afgelegd over het volgen van een voltijdstudie, terwijl dit niet het geval was. Dit gebeurde met het oogmerk om studiefinanciering onrechtmatig te verkrijgen.

De rechtbank oordeelde dat de verdachte strafbaar was en geen strafuitsluitingsgronden aanwezig waren. Gelet op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en het eerdere strafblad van de verdachte, werd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden opgelegd. De tijd die de verdachte voorafgaand aan de tenuitvoerlegging in verzekering had doorgebracht, werd in mindering gebracht.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 12 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor medeplegen van meervoudige valsheid in geschrift.

Uitspraak

RECHTBANK ASSEN
STRAFVONNIS van de Meervoudige kamer in de zaak van het openbaar ministerie tegen:
[naam verdachte],
geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] 1967,
wonende te [adres verdachte].
Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 06 oktober 2006.
Tegen de niet verschenen verdachte is verstek verleend.
De officier van justitie mr. J.L. van den Broek acht hetgeen is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:
15 maanden gevangenisstraf, met aftrek ex artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren;
TENLASTELEGGING
De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat
1.
zij in of omstreeks de periode van 01 september 1998 tot en met 14 april 2003
te Emmen, gemeente Emmen en/of te Amsterdam en/of te Arnhem en/of te Dordrecht
te Groningen en/of te Rotterdam en/of te Vlaardingen, in elk geval in
Nederland,
tezamen en in vereniging met anderen, althans alleen, meermalen, althans
eenmaal, (telkens) een geschrift, (elk) zijnde een geschrift
- Aanvraag (middelbaar) beroepsonderwijs/hoger onderwijs Studiefinanciering -
en/of
- Wijziging Student (middelbaar) beroepsonderwijs/hoger onderwijs -
en/of
- Studiecontrole SR Studiejaar 1999-2000 -
door middel waarvan zij schriftelijk opgave heeft gedaan aan de Informatie
Beheer Groep te Groningen van gegevens, welke noodzakelijk waren voor de
beoordeling van het recht op uitkering krachtens de Wet op de
Studiefinanciering en/of van het bedrag van die uitkering (over het tijdvak)
waarop die opgave betrekking had,
welk geschrift (telkens) bestemd was om tot bewijs te dienen van de daarin
vermelde feiten, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst en/of (telkens) dat
formulier, althans geschrift ondertekend, met het oogmerk om dat geschrift als
echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,
door voor/namens een of meer perso(o)n(en), te weten
[naam persoon] en/of [naam persoon] en/of [naam persoon] en/of [naam persoon en/of
[naam persoon] en/of [naam persoon] en/of [naam persoon] en/of [naam persoon
en/of [naam persoon] en/of [naam persoon] en/of [naam persoon] en/of [naam persoon] en/of [naam persoon] en/of [naam persoon], zijnde de aanvragers en/of (vervolgens) begunstigden van studiefinanciering,
de in dat geschrift voorkomende vragen/vraag met betrekking tot de te volgen
opleiding en/of studie en/of de daarmee in verband staande vragen/vraag,
(telkens) valselijk (voor/namens voornoemde perso(o)n(en)) heeft opgegeven (in
die periode) een (voltijd)studie en/of opleiding te (gaan) volgen aan een
school of universiteit en/of de in dat geschrift voorkomende vragen/vraag of de opleiding was gestopt en/of de (daarbij behorende) studiefinanciering kan worden gestopt, (telkens) ontkennend te beantwoorden, zulks terwijl in werkelijkheid (een of meer van) die voornoemde perso(o)n(en) (telkens) niet naar een school of een universiteit zijn/is geweest, althans (telkens) geen studie en/of opleiding te (zijn gaan) volgen, zoals was opgegeven in bovengenoemde aanvraag/wijzigings/controle-formulier(en);
art 47/1 Wetboek van Strafrecht;
Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.
BEWIJSMIDDELEN
Overeenkomstig de nader op te nemen bewijsconstructie.
BEWEZENVERKLARING
De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat
zij in de periode van 01 september 1998 tot en met 14 april 2003 te Emmen en te Amsterdam en te Arnhem en te Dordrecht en te Groningen en te Rotterdam en te Vlaardingen, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, telkens een geschrift, elk zijnde een geschrift
- Aanvraag (middelbaar) beroepsonderwijs/hoger onderwijs Studiefinanciering -
en
- Wijziging Student (middelbaar) beroepsonderwijs/hoger onderwijs -
en
- Studiecontrole SR Studiejaar 1999-2000 -
door middel waarvan zij schriftelijk opgave heeft gedaan aan de Informatie
Beheer Groep te Groningen van gegevens, welke noodzakelijk waren voor de
beoordeling van het recht op uitkering krachtens de Wet op de Studiefinanciering en van het bedrag van die uitkering over het tijdvak waarop die opgave betrekking had, welk geschrift telkens bestemd was om tot bewijs te dienen van de daarin vermelde feiten, valselijk heeft opgemaakt en telkens dat formulier, althans geschrift ondertekend, met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, door voor/namens personen, te weten [naam persoon] en [naam persoon] en [naam persoon] en [naam persoon] en [naam persoon] en [naam persoon] en [naam persoon] en [naam persoon] en [naam persoon] en [naam persoon] en [naam persoon] en [naam persoon] en [naam persoon] en [naam persoon], zijnde de aanvragers en vervolgens begunstigden van studiefinanciering, de in dat geschrift voorkomende vragen met betrekking tot de te volgen opleiding en studie en de daarmee in verband staande vragen, telkens valselijk (voor/namens voornoemde personen heeft opgegeven in die periode een (voltijd)studie en opleiding te (gaan) volgen aan een school of universiteit en de in dat geschrift voorkomende vragen of de opleiding was gestopt en de daarbij behorende studiefinanciering kan worden gestopt, telkens ontkennend te beantwoorden, zulks terwijl in werkelijkheid die voornoemde personen telkens niet naar een school of een universiteit zijn geweest, althans geen studie of opleiding zijn gaan volgen, zoals was opgegeven in bovengenoemde aanvraag/wijzigings/controle-formulieren.
De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
De verdachte zal van het meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
KWALIFICATIE
Het bewezen verklaarde levert op:
medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, strafbaar gesteld bij artikel 225 juncto Pro artikel 47 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
STRAFBAARHEID
De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.
STRAFMOTIVERING
De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking:
- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;
- de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan;
- hetgeen de rechtbank omtrent de persoon van de verdachte is gebleken;
- het requisitoir van de officier van justitie;
- de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen
documentatieregister d.d. 20 april 2006, waaruit blijkt dat de verdachte eerder ter zake
van een soortgelijk misdrijf is veroordeeld.
De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een onvoorwaardelijke gevangenisstraf geboden is.
TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN
De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 27 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.
BESLISSING VAN DE RECHTBANK
De rechtbank verklaart bewezen dat het tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.
De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.
De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.L. Stuiver, voorzitter en mrs. H. de Wit en G. Kaaij, rechters in tegenwoordigheid van E.W. Hoekstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 20 oktober 2006, zijnde mr. Kaaij buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.