ECLI:NL:RBASS:2006:AY7247
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C.D. Boon-Niks
- H. Dragtsma
- R. Baluah
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning ongeboren kind wegens ontbreken nauwe persoonlijke betrekking
Verzoeker, gehuwd en biologische vader van een ongeboren kind, verzoekt de rechtbank om voor recht te verklaren dat er een nauwe persoonlijke betrekking bestaat tussen hem en het ongeboren kind, zodat hij het kind kan erkennen. Belanghebbende, de draagmoeder en zwanger van het kind, stemt hiermee in. De wens is dat het kind zal worden opgevoed binnen het gezin van verzoeker en zijn echtgenote.
De rechtbank stelt vast dat erkenning door een gehuwde man volgens artikel 1:204 lid 3 BW Pro nietig is, tenzij er een nauwe persoonlijke betrekking bestaat die gelijkgesteld kan worden aan een huwelijk. De kernvraag is of deze nauwe persoonlijke betrekking kan bestaan vóór de geboorte van het kind.
De rechtbank oordeelt dat een nauwe persoonlijke betrekking met een ongeboren kind niet kan worden aangenomen; deze kan pas vanaf de geboorte bestaan. Hoewel omstandigheden vóór de geboorte relevant kunnen zijn voor de beoordeling van 'family life', moeten deze in samenhang met omstandigheden na de geboorte worden beschouwd. De rechtbank baseert zich hierbij op relevante jurisprudentie van het EHRM en de Hoge Raad.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek af en verklaart dat erkenning van het ongeboren kind door verzoeker niet mogelijk is. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof te Leeuwarden.
Uitkomst: Het verzoek tot erkenning van het ongeboren kind wordt afgewezen wegens het ontbreken van een nauwe persoonlijke betrekking vóór de geboorte.