ECLI:NL:RBASS:2006:AY3601
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M.H. Pauw
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering kennelijk onredelijk ontslag werknemer tijdens afwezigheid werkgever
Werkgever ging voor een wereldreis en droeg de leiding van het tandtechnisch laboratorium over aan werknemer, die een prestatietoeslag ontving. Werknemer klaagde over werkdruk en onvoldoende compensatie, waarna hij de arbeidsovereenkomst opzegde met inachtneming van de opzegtermijn, welke opzegging door werkgever zonder voorbehoud werd geaccepteerd.
Werkgever stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was en vorderde een vergoeding op basis van artikel 7:681 BW Pro. De kantonrechter stelde vast dat er geen afspraak bestond dat werknemer niet mocht opzeggen tijdens afwezigheid werkgever en dat werknemer geldige redenen had voor zijn opzegging.
De gevolgen van het ontslag waren niet te ernstig voor werkgever in verhouding tot het belang van werknemer. Werkgever had zijn wereldreis kunnen afbreken en de praktijk kon verantwoord worden voortgezet. De vordering werd daarom afgewezen en werkgever werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Alle vorderingen van werkgever worden afgewezen en werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten.