ECLI:NL:RBASS:2006:AV0642
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.J. Schoemaker
- H. de Wit
- J.D. den Hartog
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte brandstichting wegens onvoldoende overtuigend bewijs
De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk stichten van drie branden in een flatgebouw te Emmen in september en oktober 2005. Tijdens het politieonderzoek ontkende hij aanvankelijk, maar legde later bekennende verklaringen af, die hij vervolgens deels introk. Verdachte stelde dat deze verklaringen onder druk waren afgelegd.
De rechtbank stelde vast dat het bewijs voornamelijk bestond uit deze bekennende verklaringen, terwijl aanvullend bewijs ontbrak. Zo werd geen onderzoek gedaan naar sporen op kleding en schoeisel, wat relevant was gezien de verklaring van verdachte dat hij de brand probeerde te blussen door erop te gaan staan. Ook was het verhoor niet op video vastgelegd, wat de beoordeling van de betrouwbaarheid bemoeilijkte.
Verder bleek uit psychologisch onderzoek dat verdachte licht tot matig verstandelijk gehandicapt en daardoor beïnvloedbaar is, wat extra zorgvuldigheid bij verhoor vereiste. De rechtbank concludeerde dat het opsporingsonderzoek te snel werd beëindigd en onvoldoende betrouwbaar was.
Gezien het ontbreken van overtuigend bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen, die zij bij de burgerlijke rechter kunnen indienen. De rechtbank bepaalde dat ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs en onvoldoende zorgvuldigheid in het opsporingsonderzoek.