ECLI:NL:RBASS:2004:AR3400
Rechtbank Assen
- Verzet
- A.H.J. Lennaerts
- Rechtspraak.nl
Verrekening huwelijksvoorwaarden en waardering landbouwbedrijf na scheiding
Partijen zijn gescheiden en waren gehuwd onder huwelijksvoorwaarden met een periodiek verrekenbeding dat niet is nageleefd. De rechtbank bepaalt dat verrekening moet plaatsvinden over de periode van feitelijke samenwoning, tot en met 31 december 1995, conform artikel 1:141 lid 3 BW Pro. Dit vermoeden geldt voor het vermogen aanwezig bij het einde van de samenwoning.
De kern van het geschil betreft de waardering van het landbouwbedrijf dat de man tot 31 december 1995 dreef en in 2000 verkocht. De rechtbank stelt dat de waarde moet worden bepaald als de economische waarde van het bedrijf bij verkoop op de peildatum, rekening houdend met liquidatie van activa indien dat gunstiger is. De rechtbank wijst een deskundigenonderzoek toe om deze waarde inclusief schulden vast te stellen.
Daarnaast behandelt de rechtbank vorderingen van de vrouw wegens niet ontvangen inboedel en overbedeling uit 1979. De vordering voor de inboedel wordt verjaard geacht, terwijl de vordering wegens overbedeling wordt toegewezen omdat deze nog niet verjaard is.
De rechtbank wijst partijen aan om gezamenlijk een deskundige voor het onderzoek voor te dragen en houdt verdere uitspraak aan totdat het deskundigenrapport beschikbaar is.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering wegens overbedeling toe, wijst de vordering inzake inboedel af wegens verjaring, en gelast een deskundigenonderzoek naar de waarde van het landbouwbedrijf per 31 december 1995.