ECLI:NL:RBASS:2004:AR2635
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.M. van Schuijlenburg
- J.J. Schoemaker
- H. de Wit
- Rechtspraak.nl
Verlening rechtshulp aan Duitse autoriteiten inzake inbeslagname bescheiden
De rechtbank Assen behandelde een verzoek van de Duitse autoriteiten om verlof te verlenen voor het ter beschikking stellen van bescheiden die in beslag waren genomen bij een verdachte op verschillende adressen. De rechter-commissaris had dit verzoek ingediend bij de rechtbank. Na aanvankelijke uitstel voor aanvullende stukken en nadere beoordeling, werd het verzoek opnieuw behandeld in raadkamer.
De raadsman van de verdachte voerde aan dat de machtiging voor rechtshulp niet correct was verleend en dat het aanvullende verzoek niet onder artikel 552m Sv. viel. Tevens stelde hij dat er sprake was van onrechtmatige grondslagen, waaronder het gebruik van telefoontaps en observaties door Nederlandse autoriteiten. De rechtbank stelde vast dat aan de wettelijke en verdragsrechtelijke vereisten was voldaan en dat het aanvullende verzoek niet als een strafrechtelijk onderzoek kon worden aangemerkt.
De rechtbank oordeelde dat de ministeriële machtiging geldig was, ook al was deze niet rechtstreeks aan de officier van justitie gegeven, en dat de rechter-commissaris gemachtigd was om het verzoek te honoreren. Het verlof werd verleend onder de voorwaarde dat de stukken na gebruik voor de strafvordering zouden worden teruggezonden. Hiermee werd het verzoek van de Duitse autoriteiten gehonoreerd, ondanks de bezwaren van de verdediging.
Uitkomst: De rechtbank verleent verlof om de in beslag genomen bescheiden ter beschikking te stellen aan de Duitse autoriteiten onder voorwaarde van terugzending na gebruik.