ECLI:NL:RBASS:2002:AE3528
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig bewijs voor overtreding Vogelwet door Staatsbosbeheer
In deze strafzaak stond Staatsbosbeheer terecht wegens vermeende overtreding van de Vogelwet in het Terhorsterzand, gemeente Midden-Drenthe, gedurende het broedseizoen van 1 maart tot 31 mei 2001. De tenlastelegging betrof het opzettelijk verontrusten van beschermde vogels door het gebruik van een Harvester bosbouwmachine en het kappen van bomen waarin deze vogels zich bevonden, alsmede het verstoren, vernielen of beschadigen van hun nesten.
De politierechter overwoog dat de Vogelwet primair gericht is op bescherming van vogelsoorten en hun nesten en dat het opzet ruimer moet worden opgevat dan enkel het oogmerk om te verontrusten. Wel werd erkend dat houtkap onder bepaalde omstandigheden een overtreding kan opleveren, maar dat dit strafrechtelijk kader niet het juiste forum is om conflicten over zomervellingen te beslechten.
Er was geen wettig en overtuigend bewijs dat de verontrusting van vogels door Staatsbosbeheer had plaatsgevonden. De tellingen van territoria wezen niet op blijvende verstoring. Ook was er onvoldoende bewijs dat nesten daadwerkelijk waren verstoord of vernield, ondanks enkele vondsten van dode jonge merels. De verbalisant had geen onderzoek gedaan naar verstoorde nesten.
Daarom sprak de politierechter Staatsbosbeheer vrij van beide tenlastegelegde feiten wegens gebrek aan wettig bewijs. De zaak benadrukt het belang van een zorgvuldige bewijsvoering bij overtredingen van de Vogelwet en de rol van bestuurlijke in plaats van strafrechtelijke afhandeling.
Uitkomst: Staatsbosbeheer werd vrijgesproken wegens ontbreken van wettig bewijs voor overtreding van de Vogelwet.