ECLI:NL:RBASS:2001:AB0873
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. van der Herberg
- J.D. den Hartog
- G. Kaaij
- Rechtspraak.nl
Ontnemingsvordering wegens wederrechtelijk verkregen voordeel afgewezen wegens bijzondere omstandigheden
De officier van justitie diende een ontnemingsvordering in tegen verdachte om het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast te stellen en betaling daarvan aan de Staat te gelasten. De rechtbank stelde het voordeel vast op ƒ 17.835,70, gebaseerd op kasopnames minus levensonderhoud.
Verdachte en zijn raadsman voerden aan dat de ontnemingsvordering misplaatst was, maar dit werd verworpen. De rechtbank overwoog dat het OM bevoegd is een dergelijke vordering in te dienen en dat het niet in strijd was met geschreven of ongeschreven recht.
De rechtbank nam in haar overwegingen mee dat de ouders van verdachte zich niet als benadeelde partij hadden gesteld, mogelijk door onwetendheid, maar dat het opleggen van een betalingsverplichting aan verdachte tegen hun belangen zou ingaan. Tevens werd rekening gehouden met psychiatrische en psychologische rapporten waaruit bleek dat verdachte een persoonlijkheidsstoornis heeft en behandeling nodig is om recidive te voorkomen.
Gezien de schuldenlast van verdachte en het belang van zijn behandeling en begeleiding achtte de rechtbank het opleggen van een betalingsverplichting contraproductief voor het strafdoel van speciale preventie. Daarom stelde de rechtbank de betalingsverplichting op nihil, ondanks het vastgestelde wederrechtelijk voordeel.
Uitkomst: Het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt vastgesteld, maar de betalingsverplichting aan de Staat wordt op nihil gesteld.