ECLI:NL:RBASS:2001:AA9261
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. van der Herberg
- H. Wolthuis
- J.D. den Hartog
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens onwaar proces-verbaal bij bedreiging opsporingsambtenaren
De verdachte werd vervolgd wegens bedreiging van opsporingsambtenaren met een levensdelict en zware mishandeling. De bedreigingen vonden plaats na een staande houding op 20 maart 2000 in Assen. Uit het proces-verbaal van 20 maart 2000 bleek echter dat de reden van de controle onjuist was vermeld; de auto zou onverzekerd zijn, terwijl dit pas bij de controle werd vastgesteld.
Een later proces-verbaal van 25 mei 2000 corrigeerde deze onwaarheid en gaf de werkelijke reden van de controle aan, namelijk de vermoedelijke aanwezigheid van een vuurwapen bij de verdachte en diens antecedenten. De rechtbank oordeelde dat ondanks deze correctie het oorspronkelijke proces-verbaal opzettelijk onwaar was opgesteld.
De rechtbank benadrukte het belang van waarheidsgetrouwe processen-verbaal, aangezien deze vaak als bewijsmiddel dienen en niet altijd ter zitting worden getoetst. Door het opzettelijk onjuist opstellen van het proces-verbaal werd het belang van een juiste feitenweergave ernstig geschonden.
Daarom werd het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van de verdachte onder het betreffende parketnummer. Dit betekent dat de zaak niet inhoudelijk door de rechtbank is behandeld vanwege het ernstige vormverzuim in het opsporingsonderzoek.
Uitkomst: Het openbaar ministerie werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het opzettelijk onwaar opstellen van een proces-verbaal.