ECLI:NL:RBASS:2000:AF0164
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering beëindiging schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende aannemelijkheid niet-nakoming verplichtingen
De rechtbank Assen heeft bij vonnis van 31 oktober 2000 het verzoek tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling van Y. en zijn echtgenote X. afgewezen. De schuldsaneringsregeling was eerder uitgesproken na omzetting van het faillissement van Y. in 1999. De sanieten en de bewindvoerder hadden verzocht om beëindiging omdat zij meenden dat er geen redelijke verwachting meer was dat aan de verplichtingen kon worden voldaan.
De rechtbank stelde dat op grond van artikel 354 van Pro de Faillissementswet de schuldsanering slechts kan worden beëindigd indien redelijkerwijs niet verwacht mag worden dat de schuldenaar geheel of gedeeltelijk aan zijn verplichtingen kan voldoen. De bewindvoerder overhandigde het jaarverslag van de BV van de zoon van Y., waaruit bleek dat de onderneming winst maakte en de negatieve reserve was verminderd.
De rechtbank overwoog dat van de saniet verwacht mag worden dat hij zich maximaal inspant om geld te verwerven ten behoeve van schuldeisers. Het belang van het bedrijf van de zoon is ondergeschikt. De rechtbank achtte niet aannemelijk dat Y. zich niet een beter betaalde baan kan verwerven, gelet op zijn leeftijd en mogelijkheden. Ook achtte zij niet aannemelijk dat Y. niet gedeeltelijk aan zijn verplichtingen kan voldoen. Voor X. geldt dat zij meedeelt in het lot van haar echtgenoot. Daarom werd het verzoek tot beëindiging afgewezen en een datum voor de verificatievergadering vastgesteld.
Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen en een verificatievergadering wordt vastgesteld.