ECLI:NL:RBASS:2000:AF0142
Rechtbank Assen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beslag op goederen van andere echtgenoot kan niet worden opgeheven bij schuldsanering
Verzoeker heeft de rechtbank verzocht het bodembeslag, gelegd door de belastingdienst op zijn inboedelgoederen, op te heffen. Dit bodembeslag werd gelegd op goederen die zich bevinden in de woning van verzoeker.
De rechtbank stelde vast dat verzoeker met uitsluiting van iedere gemeenschap is gehuwd en dat de goederen waarop het beslag is gelegd, toebehoren aan zijn echtgenote. Tevens is de schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard op verzoeker, maar niet op zijn echtgenote.
Op grond van artikel 301, derde lid, van de Faillissementswet kan de rechtbank alleen beslagen op tot de boedel behorende goederen laten vervallen. Aangezien de beslagen goederen niet tot de boedel behoren, komt het verzoek tot opheffing niet voor toewijzing in aanmerking. De rechtbank wijst het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het bodembeslag wordt afgewezen omdat het beslag is gelegd op goederen van de andere echtgenoot.