ECLI:NL:RBARN:2012:BY6500
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.D.A. den Tonkelaar
- N.W. Huijgen
- D.T. Boks
- Rechtspraak.nl
Bewijsopdracht over retentierecht en zekerheidsclausule in bouwgeschil tussen Justus Magnus en Lourdes Projecten
In deze civiele procedure tussen Justus Magnus B.V. en Lourdes Projecten staat centraal of Lourdes Projecten een vordering had waarop zij retentierecht kon uitoefenen. Justus Magnus moest bewijzen dat deze vordering niet bestond, maar slaagde hier niet in. De rechtbank baseerde zich op getuigenverklaringen, waaronder die van bouwkundigen en accountants, en het rapport van ABT, dat echter onvoldoende bewijs bood vanwege aannames en onduidelijkheden over de stand van het werk.
Justus Magnus stelde dat de facturen die Lourdes Projecten stuurde niet in verhouding stonden tot de stand van het werk, maar deze stellingen werden onvoldoende concreet onderbouwd en deels tegengesproken door getuigen van de tegenpartij. De rechtbank concludeerde dat niet vaststaat wat de precieze stand van het werk was op het moment van het retentierecht, waardoor niet kan worden vastgesteld of de onbetaalde facturen terecht waren.
Daarnaast is de uitleg van de zekerheidsclausule betwist: of deze alleen zekerheid aan het einde van het werk moest geven, of dat Justus Magnus haar betalingsverplichting mocht opschorten bij onvoldoende liquiditeit. De rechtbank draagt aan de gedaagden op om dit bewijs te leveren, evenals bewijs dat Justus Magnus zelf niet kon voldoen aan haar verplichting tot zekerheidstelling.
De zaak wordt aangehouden voor verdere bewijslevering, met een nieuwe zitting gepland voor 28 november 2012, waar gedaagden kunnen aangeven of zij bewijs willen leveren. Het vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar, mr. N.W. Huijgen en mr. D.T. Boks.
Uitkomst: Justus Magnus is niet geslaagd in het bewijs dat Lourdes Projecten geen vordering had waarop retentierecht kon worden uitgeoefend; bewijsopdrachten worden aan gedaagden opgelegd.