ECLI:NL:RBARN:2012:BY4708
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid middellijk bestuurder voor omzetbelastingschuld commanditaire vennootschap
Eiser werd aansprakelijk gesteld voor de omzetbelastingschuld van de commanditaire vennootschap (CV) over het vierde kwartaal van 2008. De CV had de belasting niet betaald, mede door het faillissement van een bouwbedrijf dat betrokken was bij het project. Eiser was middellijk bestuurder van de beherend vennoot-rechtspersoon van de CV.
Eiser betoogde dat de ontvanger eerst de beherend vennootschap aansprakelijk had moeten stellen en pas daarna hem, en dat hij niet verantwoordelijk was voor de niet-betaling vanwege de afgesproken taakverdeling en externe oorzaken. De rechtbank overwoog dat de wet geen dwingende volgorde van aansprakelijkstelling voorschrijft en dat de ontvanger terecht direct eiser aansprakelijk stelde op grond van artikel 33 Invorderingswet Pro.
Verder oordeelde de rechtbank dat eiser als bestuurder zich op de hoogte had moeten stellen van de financiële situatie na het faillissement en maatregelen had moeten treffen om betaling te waarborgen. Omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hem geen verwijt treft, werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep van eiser ongegrond en bevestigt de aansprakelijkstelling op grond van artikel 33 Invorderingswet.