ECLI:NL:RBARN:2012:BY4188
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning en proceskostenveroordeling na bezwaar en beroep
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een woning per peildatum 1 januari 2009, vastgesteld door de gemeente op €319.000. Eiser betwist deze waarde en voert eigen taxaties aan met lagere waardes rond €299.000 tot €300.000. De rechtbank analyseert twee taxatierapporten van gelijke deskundigheid, die echter verschillende methodieken hanteren en daardoor uiteenlopende waardes opleveren.
De taxateurs gebruiken verschillende benaderingen: de taxateur van eiser baseert de waarde op herbouwkosten en grondwaarde per kubieke meter, terwijl de taxateur van verweerder uitgaat van een vaste grondstaffel per vierkante meter. Beide methoden zijn verdedigbaar, maar niet vergelijkbaar, waardoor de rechtbank aan beide taxaties gelijk gewicht toekent. Een referentieobject in de taxatie van eiser wordt uitgesloten wegens ongeschiktheid.
Gelet op de feiten en omstandigheden stelt de rechtbank de WOZ-waarde in goede justitie vast op €312.000 en vermindert de aanslag OZB dienovereenkomstig. Daarnaast veroordeelt zij verweerder tot vergoeding van proceskosten van €1.553,90, waaronder een redelijke vergoeding voor het taxatierapport en kadastrale kosten. Het beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt vastgesteld op €312.000 en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en taxatiekosten.