ECLI:NL:RBARN:2012:BY2865
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- N.W. Huijgen
- Rechtspraak.nl
Benoeming arbiter door voorzieningenrechter in geschil over afwikkeling vennootschap onder firma
Partijen sloten in 2005 een vennootschap onder firma voor het exploiteren van een kapsalon. Na het uittreden van twee vennoten in 2007 ontstond een geschil over een bedrag van €38.000 dat aan hen toekwam. Partijen hadden een arbitraal beding in hun overeenkomst opgenomen, waarin was bepaald dat geschillen door drie arbiters zouden worden beslecht, benoemd in onderling overleg of, bij gebrek daaraan, door de rechter.
De voormalige vennoten vorderden in kort geding dat de voorzieningenrechter een arbiter benoemde, omdat de gedaagde partij niet meewerkte aan de benoeming. De voorzieningenrechter oordeelde dat hij bevoegd was om de arbiter te benoemen, ondanks het verweer dat de kantonrechter van Nijmegen daartoe bevoegd zou zijn. Partijen bereikten tijdens de mondelinge behandeling overeenstemming over de benoeming van een accountant als arbiter.
De voorzieningenrechter benoemde drs. H. Vooys RA als arbiter en bepaalde dat het Nederlands Arbitrage Instituut-reglement van toepassing is. Omdat de arbiter al benoemd was, werd de vordering tot dwangsom afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De voorzieningenrechter benoemt een arbiter en wijst de overige vorderingen af met kostencompensatie.