ECLI:NL:RBARN:2012:BY2795
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Executie van vonnis zonder executoriale titel inzake rentevordering tweede tranche koopprijs
In deze zaak staat de vraag centraal of het vonnis van 30 mei 2012 een executoriale titel bevat voor de rentevordering van gedaagde over de tweede tranche van de koopprijs van een koopovereenkomst uit 2003. BAM had de grond geleverd en de eerste tranche betaald gekregen, maar er ontstond onenigheid over de opeisbaarheid van de tweede tranche en de daarbij verschuldigde wettelijke rente.
De rechtbank overweegt dat het vonnis van 30 mei 2012 een constitutief vonnis is dat de gevolgen van de overeenkomst wijzigt op grond van artikel 6:230 lid 2 BW Pro, maar dat BAM niet is veroordeeld tot betaling van de rente. Hierdoor ontbreekt een executoriale titel voor de rentevordering, zodat de executie door gedaagde moet worden gestaakt en het gelegde derdenbeslag moet worden opgeheven.
In reconventie vordert gedaagde betaling van de rente over de tweede tranche vanaf 1 april 2007 tot 1 april 2012. De rechtbank oordeelt dat de rentevergoeding op grond van de gewijzigde overeenkomst terstond opeisbaar is, ook al is de tweede tranche zelf nog niet opeisbaar vanwege het ontbreken van een onherroepelijke bouwvergunning. BAM wordt veroordeeld tot betaling van het rentebedrag van € 659.620,23.
De rechtbank wijst de vorderingen van BAM in conventie toe en veroordeelt gedaagde tot staking van executiemaatregelen en opheffing van het beslag. In reconventie wordt BAM veroordeeld tot betaling van de rente en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het vonnis van 30 mei 2012 bevat geen executoriale titel voor de rentevordering, executiemaatregelen worden gestaakt en BAM wordt veroordeeld tot betaling van de rente.