ECLI:NL:RBARN:2012:BX6374

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
22 augustus 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
226680
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WgbzArt. 219a RvArt. 127a lid 3 RvArt. 4 lid 1 sub e Wgbz
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wegens niet-betaling griffierecht bij voeging in vrijwaringszaak

Stramit c.s. verzocht zich te mogen voegen in een vrijwaringszaak die voortvloeit uit een hoofdzaak waarin zij partij is. De rechtbank oordeelde dat Stramit c.s. het verschuldigde griffierecht niet binnen de voorgeschreven termijn van vier weken na instelling van haar vordering tot voeging had betaald, zoals vereist in artikel 5 van Pro de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz).

Stramit c.s. betoogde dat zij geen griffierecht verschuldigd was omdat zij reeds griffierecht had voldaan in de hoofdzaak. Dit verweer faalde omdat de Wgbz expliciet bepaalt dat bij voegingszaken de te voegen partij zelf griffierecht moet betalen. Het feit dat de vrijwaringszaak voortvloeit uit de hoofdzaak waarin Stramit c.s. partij is, maakt dit niet anders.

Op grond van artikel 219a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) verklaarde de rechtbank Stramit c.s. niet ontvankelijk in haar vordering tot voeging. Er waren geen feiten of omstandigheden die een uitzondering op deze regel rechtvaardigden, zoals een onbillijkheid van overwegende aard volgens artikel 127a lid 3 Rv.

Daarnaast werd Stramit c.s. veroordeeld in de proceskosten van het incident, waaronder de kosten aan de zijde van Profine, Arcelormittal c.s. en Recubrimientos, alsmede de nakosten voor advocaatkosten. De veroordelingen werden uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Stramit c.s. wordt niet ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

Vonnis
RECHTBANK ARNHEM
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 226680 / HA ZA 12-138
Vonnis in incident van 22 augustus 2012
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PROFINE NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Waardenburg (gemeente Neerijnen),
eiseres in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat mr. D. Knottenbelt te Rotterdam,
tegen
1. de vennootschap naar buitenlands recht
ARCELORMITTAL BELGIUM N.V.,
gevestigd te 1000, Brussel (België),
2. de vennootschap naar buitenlands recht
ARCELORMITTAL SSC BENELUX N.V.,
gevestigd te 2440, Geel (België),
3. de vennootschap naar buitenlands recht
ARCELORMITTAL STEEL COAT EUROPE S.A.,
gevestigd te 4432, Alleur (België),
4. de vennootschap naar buitenlands recht
ARCELORMITTAL PACKAGING BELGIUM N.V.,
gevestigd te 4420, Saint-Nicolas (België),
gedaagden,
verweersters in het incident,
advocaat mr. S.G.A. van der Horst te Tilburg,
5. de vennootschap naar buitenlands recht
RECUBRIMIENTOS PLÁSTICOS SA,
gevestigd te 31190-Navarra (Spanje),
gedaagde,
verweerster in het incident,
advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem,
en
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
STRAMIT B.V.,en
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ISOBOUW SYSTEMS B.V.
beide gevestigd te Someren,
eiseressen in het incident,
advocaat mr. T.L. Cieremans en mr. P.R. van der Vorst te Rotterdam.
Partijen zullen hierna Profine, Arcelormittal c.s., Recubrimientos en Stramit c.s. genoemd worden.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de incidentele conclusie tot voeging ex art. 217 Rv Pro van Stramit c.s.,
- de conclusie van antwoord in het incident tot voeging ex art. 217 Rv Pro van Profine,
- de conclusie van antwoord in het incident tot voeging ex art. 217 Rv Pro van Recubrimientos,
- de conclusie van antwoord in het voegingsincident ex art. 217 Rv Pro van Arcelormittal c.s..
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2. De beoordeling in het incident
2.1. Tussen Stramit c.s. enerzijds en Profine en Arcelormittal c.s. anderzijds is bij deze rechtbank een procedure aanhangig onder zaaknummer/rolnummer 220134 HA ZA 2011-1244. Bij vonnis van 16 november 2011 van deze rechtbank is het Profine toegestaan Arcelormittal c.s. en Recubrimientos in vrijwaring op te roepen. Profine heeft bij dagvaarding van 28 december 2011 genoemde partijen in vrijwaring opgeroepen. Deze zaak bevond zich op de parkeerrol van 3 oktober 2012. Stramit c.s. heeft verzocht de zaak bij vervroeging op de rol te plaatsen waarna zij vervolgens haar incidentele conclusie heeft ingediend. In het thans door Stramit c.s. aanhangig gemaakte incident vordert Stramit c.s. zich te mogen voegen in deze vrijwaringszaak aan de zijde van Profine. Profine, Arcelormittal c.s. en Recubrimientos hebben tegen deze vordering verweer gevoerd.
2.2. Stramit c.s. heeft het verschuldigde griffierecht niet binnen vier weken na instelling van haar vordering tot voeging betaald zoals is voorgeschreven in artikel 5 van Pro de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz). Dat Stramit c.s. zich van artikel 5 Wgbz Pro rekenschap heeft gegeven blijkt uit haar opmerkingen op de eerste pagina van haar incidentele conclusie, die er in de kern op neer komen dat zij stelt geen griffierecht verschuldigd te zijn omdat zij reeds in de hierboven aangehaalde zaak met zaaknummer/rolnummer 220134 HA ZA 2011-1244 griffierecht heeft voldaan. Dat betoog faalt. Het is juist dat in de Wgbz in diverse bepalingen wordt voorkomen dat meerdere malen griffierecht wordt geheven voor zaken die betrekking hebben op één geschil. Echter juist voor voegingszaken is expliciet bepaald dat de te voegen partij griffierecht dient te betalen. Dat Stramit c.s. zich wilt voegen in een vrijwaringszaak die voortvloeit uit de hoofdzaak waarin zij eiseres is, maakt een en ander niet anders. Stramit c.s. is immers geen partij in een zaak in vrijwaring die in de hoofdzaak reeds griffierecht verschuldigd is geworden, zoals is omschreven in artikel 4 lid 1 sub e Wgbz Pro. Stramit c.s. wil zich juist voegen in die vrijwaringszaak en daarom is zij op de voet van artikel 5 Wgbz Pro griffierecht verschuldigd.
2.3. Op grond van artikel 219a Rv wordt Stramit c.s. niet ontvankelijk verklaard in haar vordering, nu voorts geen feiten of omstandigheden zijn gebleken op grond waarvan geoor¬deeld dient te worden dat niet-ontvankelijkverklaring, gelet op het belang van één of meer van de partijen bij toegang tot de rechter zal leiden tot een onbillijk¬heid van overwegende aard zoals bedoeld in artikel 127a lid 3 Rv.
2.4. Stramit c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.
3. De beslissing
De rechtbank
in het incident
3.1. verklaart Stramit c.s. niet ontvankelijk in haar vordering,
3.2. veroordeelt Stramit c.s. in de kosten van het incident, aan de zijde van Profine tot op heden begroot op € 452,00,
3.3. veroordeelt Stramit c.s. in de kosten van het incident, aan de zijde van Arcelormittal c.s. tot op heden begroot op € 452,00,
3.4. veroordeelt Stramit c.s. in de kosten van het incident, aan de zijde van Recubrimientos tot op heden begroot op € 452,00,
3.5. veroordeelt Stramit c.s. in de nakosten, aan de zijde van Recubrimientos bepaald op € 131,00 voor nasalaris advocaat, te vermeerderen met, voor het geval betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden en nodig is geweest, € 68,00 voor nasalaris advocaat,
3.6. verklaart de veroordelingen onder 3.4. en 3.5. uitvoerbaar bij voorraad,
in de hoofdzaak
3.7. bepaalt dat de zaak weer op de parkeerrol zal komen van 3 oktober 2012.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.J. van Acht en in het openbaar uitgesproken op 22 augustus 2012.
Coll.: AB