ECLI:NL:RBARN:2012:BX6369
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling of ter beschikking gesteld bedrag schenking of geldlening betreft tussen moeder en zoon
In deze civiele zaak tussen moeder en zoon staat centraal of het bedrag van € 51.924,72 dat de zoon aan zijn moeder ter beschikking stelde, een schenking of een geldlening betreft. De moeder (eiseres) vordert primair dat het bedrag als schenking wordt erkend, subsidiair dat wederzijdse vorderingen worden verrekend.
De rechtbank stelt vast dat partijen een onderhandse akte van geldlening hebben opgemaakt, die op grond van artikel 157 lid 2 Rv Pro dwingend bewijs levert van de daarin opgenomen verklaringen. De moeder biedt tegenbewijs aan dat het bedrag feitelijk een schenking betreft, onder meer gesteund op een e-mail van de notaris en een schriftelijke verklaring van haar echtgenoot.
De rechtbank laat dit tegenbewijs toe, maar acht de aangevoerde stukken voorlopig onvoldoende om de geldlening te ontkrachten. Tevens is er een geschil over kosten die de moeder heeft gemaakt in verband met een woning in Duitsland, die zij op de zoon wil verhalen of verrekenen met de lening.
De rechtbank bepaalt dat het bewijs door middel van getuigenverhoor kan worden geleverd en stelt een procedurele planning vast. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden totdat het bewijs is geleverd.
De uitspraak is gewezen door mr. M.S.T. Belt en op 15 augustus 2012 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank laat tegenbewijs toe tegen de geldleningsovereenkomst en houdt de zaak aan voor bewijslevering.