ECLI:NL:RBARN:2012:BX2687
Rechtbank Arnhem
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen DNA-afname ongegrond verklaard met aanbeveling proces-verbaal aanpassing
Veroordeelde maakte bezwaar tegen de afname en verwerking van zijn DNA-profiel, stellende dat hij niet adequaat was geïnformeerd over zijn rechten en dat de opname in de databank een ernstige privacy-inbreuk vormt. De raadkamer oordeelde dat de afname conform de wettelijke waarborgen was verricht, mede gelet op verklaringen van de betrokken verbalisanten en de vader van veroordeelde die bevestigde dat veroordeelde instemde met de afname.
Hoewel veroordeelde in hoger beroep is gegaan tegen zijn veroordeling wegens mishandeling en mogelijk vrijgesproken kan worden, achtte de raadkamer dit niet relevant voor de DNA-afname. De wet verplicht veroordeelden na veroordeling tot afgifte van DNA-materiaal, met vernietiging van het profiel bij latere vrijspraak.
De raadkamer constateerde enkele tekortkomingen in het proces-verbaal van de DNA-afname, zoals het ontbreken van een ambtseed en onvoldoende naam- en functievermelding van de verbalisant. Deze vormverzuimen werden echter niet zwaarwegend geacht. Wel werd geadviseerd het standaard proces-verbaal aan te passen met duidelijke passages over het recht op afname door een arts of verpleegkundige en instemming van veroordeelde, om toekomstige discussies te voorkomen.
Het bezwaarschrift werd daarom ongegrond verklaard, waarbij de raadkamer benadrukte dat de privacy van veroordeelde niet verder wordt aangetast zolang hij geen nieuwe strafbare feiten pleegt. De beschikking werd uitgesproken door rechter J.J.H. van Laethem op 25 juli 2012.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de DNA-afname wordt ongegrond verklaard met een aanbeveling tot verbetering van het standaard proces-verbaal.