ECLI:NL:RBARN:2012:BX2399
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.J.H. Hovens
- C. van Linschoten
- H.G. Eskes
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak moord, bewezenverklaring doodslag en oplegging TBS met dwangverpleging wegens ontoerekeningsvatbaarheid
Op 1 november 2011 werd het levenloze lichaam van het slachtoffer aangetroffen met meerdere zware hoofdletsels. Verdachte, buurman van het slachtoffer, werd verdacht van moord. Forensisch bewijs, waaronder bloedsporen en DNA op een klauwhamer en bezemsteel, wees op zijn betrokkenheid. Verdachte verklaarde zich niets te herinneren en gaf aan in een psychose te hebben gehandeld.
De rechtbank oordeelde dat moord niet wettig en overtuigend bewezen kon worden vanwege ontoerekeningsvatbaarheid, maar dat doodslag wel bewezen was. Psychiatrisch en psychologisch onderzoek concludeerden dat verdachte leed aan schizofrenie en zwakbegaafdheid, met psychotische symptomen ten tijde van het delict.
De rechtbank sprak verdachte vrij van moord, verklaarde doodslag bewezen en ontsloeg hem van alle rechtsvervolging wegens ontoerekeningsvatbaarheid. Ter bescherming van de samenleving werd TBS met dwangverpleging opgelegd. De civiele vordering van de nabestaanden tot vergoeding van shockschade werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van directe confrontatie en erkend geestelijk letsel.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van moord, doodslag bewezen verklaard, ontoerekeningsvatbaar bevonden en TBS met dwangverpleging opgelegd.