ECLI:NL:RBARN:2012:BX0989
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn in belastingprocedures
Eiser maakte bezwaar tegen navorderingsaanslag IB/PVV 2004 en aanslagen IB/PVV 2005, 2006 en 2007, waarop verweerder deels is teruggekomen. Na langdurige procedures trok eiser de beroepen in en verzocht om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank constateerde dat de bezwaar- en beroepsprocedures over 2004 en 2005 gezamenlijk ruim twee jaar duurden, waardoor de redelijke termijn werd overschreden. Dit leidde tot spanning en frustratie bij eiser en zijn echtgenote, die ook veel tijd aan de procedures besteedden. De rechtbank wees een vergoeding van €1.000 toe, gelijk verdeeld over de twee procedures.
Voor de aanslagen 2006 en 2007 was de redelijke termijn niet overschreden, zodat geen schadevergoeding werd toegekend. Verweerder werd tevens veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.033,45. De rechtbank wees verdere schadeclaims af, onder meer omdat proceskosten reeds ruimhartig waren vergoed en overige schade onvoldoende was onderbouwd.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Belastingdienst tot vergoeding van €1.000 immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn in belastingprocedures 2004 en 2005.