ECLI:NL:RBARN:2012:BX0147
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur leidt tot betaling tekort faillissement
In deze zaak staat de aansprakelijkheid van de bestuurder van X centraal na het faillissement van de onderneming. De rechtbank heeft vastgesteld dat de bestuurder niet aan zijn boekhoudplicht heeft voldaan en dat de jaarrekeningen over 2007 en 2008 niet tijdig zijn gepubliceerd. Dit leidt tot het vermoeden van kennelijk onbehoorlijk bestuur als belangrijke oorzaak van het faillissement.
De bestuurder heeft geprobeerd tegenbewijs te leveren door te wijzen op problemen met de ligplaats van het bunkerschip, vergunningen voor baggerwerkzaamheden, bouwvergunningen en financieringsproblemen. Diverse getuigenverklaringen zijn gehoord, maar deze waren onvoldoende concreet en overtuigend om het vermoeden te weerleggen. De rechtbank weegt mee dat de bestuurder zelf wist dat de nieuwe ligplaats ongeschikt was en dat toezeggingen van overheden niet schriftelijk zijn vastgelegd.
De rechtbank concludeert dat het vermoeden van onbehoorlijk bestuur niet is weerlegd en verklaart de bestuurder hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort in de faillissementsboedel van X. De vordering tot betaling van dit tekort wordt toegewezen en de zaak wordt verwezen naar een schadestaatprocedure om de omvang van het tekort vast te stellen. Daarnaast worden beslagkosten en proceskosten aan de zijde van de curator toegewezen. De vorderingen in reconventie van de bestuurder worden afgewezen.
Uitkomst: De bestuurder is hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort in de faillissementsboedel en veroordeeld tot betaling van beslag- en proceskosten.