ECLI:NL:RBARN:2012:BX0109
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige geuroverlast door pluimveehouderij en schadevergoeding aan woningeigenaren
De rechtbank Arnhem behandelde een civiele zaak waarin meerdere woningeigenaren een vordering instelden tegen een pluimveehouder wegens geuroverlast. De procedure omvatte diverse schriftelijke stukken, waaronder een tussenvonnis en nadere akten van partijen. De rechtbank bevestigde dat een brief uit 2008 als stuitingshandeling geldt, waardoor de vorderingen van alle eisers in de procedure geldig zijn.
De woningeigenaren hadden hun schadevorderingen aangepast en rente tot 1 januari 2011 berekend. De rechtbank kende deze vorderingen toe omdat daartegen geen bezwaar was gemaakt. Omdat een deel van de primaire vordering werd toegewezen, zag de rechtbank geen aanleiding tot een schadestaatprocedure.
De rechtbank oordeelde dat de pluimveehouder onrechtmatig had gehandeld jegens de woningeigenaren en veroordeelde hem hoofdelijk tot betaling van verschillende schadevergoedingen aan de eisers, vermeerderd met wettelijke rente vanaf verschillende data. Tevens werd de gedaagde veroordeeld in de proceskosten en nakosten. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding en rente aan de woningeigenaren wegens onrechtmatige geurhinder.