ECLI:NL:RBARN:2012:BW9895
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid assurantietussenpersoon wegens tekortschieten in advisering over clausule arbeidsongeschiktheidsverzekering
Eiser sloot in 1997 via assurantietussenpersoon VHG een arbeidsongeschiktheidsverzekering af bij De Amersfoortse met een beperkende clausule (clausule 31) die uitsloot dat arbeidsongeschiktheid verband hield met een oogzenuwaandoening en de oorzaken daarvan, waaronder neurologische aandoeningen zoals MS. In 2005 verzocht eiser de clausule te laten vervallen, wat in 2006 gebeurde. Later bleek dat eiser sinds 1999 leed aan MS, wat hij niet had gemeld, waardoor De Amersfoortse het recht op uitkering introk.
Eiser stelde dat de assurantietussenpersoon tekort was geschoten in de advisering over de reikwijdte van clausule 31, omdat hij niet had uitgelegd dat de uitsluiting ook betrekking had op neurologische aandoeningen en de gevolgen daarvan. De rechtbank oordeelde dat de uitleg van de assurantietussenpersoon onvoldoende was en dat hij tekort was geschoten in zijn adviserende taak.
De rechtbank stelde echter vast dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat hij zonder deze tekortkoming een andere verzekering zonder clausule 31 had afgesloten of zich niet had verzekerd, en dat hij zijn schade onvoldoende aannemelijk had gemaakt. Daarom werd eiser de gelegenheid gegeven zijn stellingen nader te onderbouwen. Verder werd het beroep van de assurantietussenpersoon op eigen schuld en voordeeltoerekening voorlopig niet gehonoreerd.
De procedure werd aangehouden voor nadere stukken van eiser en een antwoordakte van de wederpartij. Het vonnis werd gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar op 6 juni 2012.
Uitkomst: De assurantietussenpersoon is tekortgeschoten in zijn advisering, maar eiser moet zijn stellingen over schade en alternatieve verzekering nader onderbouwen.