ECLI:NL:RBARN:2012:BW9172
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- N.W. Huijgen
- Rechtspraak.nl
Redelijkheid en billijkheid beperken contractvrijheid bij zorgkostenplafond in zorgovereenkomst
Partijen, IvHG en VGZ, hebben sinds 2000 jaarlijks overeenkomsten gesloten voor hyperbare zuurstoftherapie aan VGZ-verzekerden. Voor 2012 wilde VGZ voor het eerst een zorgkostenplafond invoeren, een maximumvergoeding voor de geleverde zorg. IvHG stelde dat deze wijziging onredelijk was, omdat zij een forse groei in zorgvraag verwachtte en haar bedrijfsvoering daarop had afgestemd.
De rechtbank oordeelt dat door de langdurige contractrelatie tussen partijen de contractvrijheid wordt beperkt door redelijkheid en billijkheid. VGZ mag een zorgkostenplafond hanteren, maar niet op een wijze die IvHG onredelijk benadeelt. Het door VGZ voorgestelde plafond met een groei van 2,5% ten opzichte van 2011 is te laag, terwijl IvHG's eis van 50% groei te hoog is.
De rechtbank beveelt partijen om binnen drie maanden verder te onderhandelen over een redelijke hoogte van het zorgkostenplafond. Tot die tijd moet VGZ de declaraties van IvHG vergoeden op basis van de overeenkomst van 2011. Indien geen overeenkomst wordt bereikt, geldt een overgangsregeling voor 2012 met vergoeding tegen de voorwaarden van 2011.
De vorderingen van IvHG om VGZ te verbieden een onredelijk laag plafond te stellen en om het tarief vast te leggen, worden afgewezen. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: VGZ mag een zorgkostenplafond hanteren maar moet met IvHG verder onderhandelen over een redelijke hoogte en declaraties voorlopig vergoeden volgens de overeenkomst van 2011.