ECLI:NL:RBARN:2012:BW7234
Rechtbank Arnhem
- Wraking
- P.J. Wiegman
- J.Th. van Belzen
- T.P.E.E. van Groeningen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens onvoldoende objectieve vrees voor partijdigheid rechters
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechters van de rechtbank Arnhem die dezelfde raadkamer vormden die het bezwaarschrift tegen de dagvaarding in zijn strafzaak had behandeld. Verzoeker stelde dat de rechters door hun beschikking al een vooringenomen oordeel hadden gegeven over de bewezenverklaring, hetgeen in strijd zou zijn met de onschuldpresumptie en artikel 6 EVRM Pro.
De wrakingskamer beoordeelde eerst de ontvankelijkheid en oordeelde dat het verzoek tijdig was ingediend, aangezien verzoeker pas bij ontvangst van de schriftelijke beschikking de grond voor wraking bekend werd. Vervolgens werd inhoudelijk overwogen dat wraking slechts kan slagen bij concrete feiten die objectief aantonen dat rechters vooringenomen zijn of dat de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is.
De wrakingskamer stelde vast dat de raadkamer het bezwaarschrift slechts summier had getoetst conform wettelijke voorschriften en dat de inhoudelijke bewezenverklaring pas na een volledige behandeling aan de strafkamer wordt voorgelegd. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een vermoeden van partijdigheid rechtvaardigden. Het verzoek werd daarom afgewezen.
De beslissing werd op 31 mei 2012 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer bestaande uit P.J. Wiegman (voorzitter), J.Th. van Belzen en T.P.E.E. van Groeningen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectieve gronden voor partijdigheid van de rechters.