ECLI:NL:RBARN:2012:BW4291

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
20 april 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05/703269-10/10/1599
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 SrArt. 7 EVRMArt. 14fa SrArt. 14g Sr
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid officier van justitie bij voorlopige tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf wegens strijd legaliteitsbeginsel

De zaak betreft een vordering van de officier van justitie tot voorlopige tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van 9 maanden die aan de veroordeelde was opgelegd bij onherroepelijk vonnis van 21 december 2011. De proeftijd liep van 5 januari 2012 tot 4 januari 2014 en er waren bijzondere voorwaarden aan de veroordeelde opgelegd.

De officier van justitie stelde dat de veroordeelde de bijzondere voorwaarden had overtreden en verzocht daarom om voorlopige tenuitvoerlegging van de straf. Ter onderbouwing werd een rapport van Reclassering Nederland overgelegd. De raadsman van de veroordeelde betoogde dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat artikel 14fa Wetboek van Strafrecht, dat de grondslag vormt voor de voorlopige tenuitvoerlegging, in strijd is met het legaliteitsbeginsel zoals neergelegd in artikel 1 Sr Pro.

De rechter-commissaris overwoog dat toepassing van artikel 14fa Sr ertoe leidt dat de voorwaardelijke straf tijdelijk verandert in een onvoorwaardelijke straf, wat een minder gunstige positie voor de veroordeelde betekent. Dit is niet verenigbaar met het legaliteitsbeginsel en artikel 7 EVRM Pro. Daarom verklaarde de rechter-commissaris de officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn vordering en gelastte onmiddellijke invrijheidstelling van de veroordeelde.

Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot voorlopige tenuitvoerlegging en veroordeelde is onmiddellijk vrijgelaten.

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM
Kabinet rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken
BESCHIKKING
VORDERING VOORLOPIGE TENUITVOERLEGGING
Parketnummer:05/703269-10
RC-nummer: 10/1599
De rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie van 19 april 2012 strekkende tot het verlenen van een bevel tot voorlopige tenuitvoerlegging van een door de rechtbank bij vonnis van 21 december 2011 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 9 maanden tegen de verdachte:
Naam: [veroordeelde]
geboortedatum
en geboorteplaats: [geboortedatum] 1967 te [geboorteplaats],
woonplaats: [woonplaats],
adres: [adres]
thans verblijvende politiebureau te Arnhem
OVERWEGINGEN
De veroordeelde is bij onherroepelijk vonnis van 21 december 2011 onder meer veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 9 maanden met een proeftijd van twee jaren. Hierbij zijn veroordeelde bijzondere voorwaarden opgelegd. Deze proeftijd is ingegaan op 05 januari 2012 en zal eindigen op 04 januari 2014.
De officier van justitie vordert de voorlopige tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf omdat hij van mening is dat veroordeelde de bijzondere voorwaarden heeft overtreden. Ter onderbouwing daarvan heeft de officier van justitie een rapport “Advies tenuitvoerlegging” d.d. 18 april 2012 opgesteld door Reclassering Nederland, overgelegd.
De rechter-commissaris heeft op 20 april 2012 veroordeelde, zijn raadsman en de officier van justitie gehoord.
De raadsman heeft onder meer gepleit dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vordering. De raadsman heeft hierbij opgemerkt dat artikel 14fa Sr het karakter van een straf heeft en dat om die reden artikel 1 Sr Pro van toepassing is.
Onder verwijzing van en overlegging van een aantal uitspraken, in bijzonder de uitspraak van de rechter-commissaris Maastricht van 20 april 2012, heeft de officier van justitie opgemerkt dat er bij het toepassen van artikel 14fa geen verandering wordt aangebracht in het karakter van de aan veroordeelde opgelegde straf.
De rechter-commissaris overweegt verder als volgt.
Met inwerkingtreding per 1 april 2012 geeft artikel 14fa de rechter-commissaris de mogelijkheid om een voorwaardelijke straf voorlopig ten uitvoer te leggen. De rechter-commissaris stelt vast dat op het moment dat hij deze beslissing zou nemen nog niet vaststaat dat de voorwaardelijke veroordeling ten uitvoer wordt gelegd. Dat is immers voorbehouden aan de rechtbank op grond van artikel 14g. De rechter-commissaris is van oordeel dat bij een eventuele voorlopige tenuitvoerlegging het karakter van de opgelegde straf verandert. Immers, de voorwaardelijke veroordeling verwordt, voor de duur van maximaal 30 dagen, van een voorwaardelijke een onvoorwaardelijke straf. De rechter-commissaris merkt hierbij op dat artikel 14g Sr de rechter een aantal alternatieven biedt voor de tenuitvoerlegging en dat artikel 14g niet van overeenkomstige toepassing is verklaard in artikel 14fa. Voorts neemt de rechter-commissaris hierbij in acht de plaats van artikel 14fa in het Wetboek van Strafrecht, te weten Eerste boek, Titel II met als opschrift “Straffen”.
Gelet op het vorenstaande is de rechter-commissaris van oordeel dat veroordeelde bij inwerkingtreding in een andere en in een minder gunstige positie is gekomen.
Alles overwegende oordeelt de rechter-commissaris dat artikel 14fa Sr in dit geval buiten toepassing moet blijven wegens strijd met het legaliteitsbeginsel, zoals onder meer neergelegd in artikel 1 Sr Pro of artikel 7 EVRM Pro.
De rechter-commissaris zal op grond van het vorenstaande de officier van justitie in zijn vordering niet ontvankelijk verklaren
BESLISSING
Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk en gelast de onmiddellijke invrijheidstelling van veroordeelde.
Arnhem, vrijdag 20 april 2012
mr. J.B.J. Driessen.
rechter-commissaris