ECLI:NL:RBARN:2012:BW3586
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen vrijstelling verontreinigingsheffing voor lozing licht vervuild hemelwater via gescheiden riolering
De gemeente Harderwijk was beheerder van een duurzaam verbeterd gescheiden rioleringsstelsel waarbij hemelwater en vuilwater gescheiden werden ingezameld en afgevoerd. Ongeveer 33 keer per jaar werd licht vervuild hemelwater rechtstreeks geloosd op rijkswateren. Verweerder legde hiervoor een voorlopige aanslag verontreinigingsheffing op, welke door eiseres werd betwist met het argument dat zij recht had op vrijstelling op grond van artikel 7.8, eerste lid, letter a, van de Waterwet.
De rechtbank oordeelde dat het rioleringsstelsel van Harderwijk kwalificeert als een voorziening voor inzameling en transport van afvalwater en dus als een riolering in de zin van de Waterwet. De vrijstelling geldt echter alleen voor lozingen via een vuilwaterriool, dat volgens de wet uitsluitend huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan betreft. Het door Harderwijk geloosde water bestond uit vervuild regenwater en bedrijfsafvalwater en viel daarmee niet onder de definitie van vuilwaterriool.
De rechtbank concludeerde dat de vrijstelling niet van toepassing is op de lozingen door de gemeente via het hemelwaterstelsel. De wetgever heeft bewust gekozen voor een beperkte vrijstelling gericht op riooloverstorten en niet voor een algemene vrijstelling van lozingen door gemeenten. Het beroep van Harderwijk werd daarom ongegrond verklaard en de voorlopige aanslag gehandhaafd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de verontreinigingsheffing voor lozingen via het hemelwaterstelsel.