ECLI:NL:RBARN:2012:BW0508
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering betaling helft schuld voormalige maatschap aan Patahl
Partijen, voormalig echtelieden, waren samen eigenaar van een maatschap die zich bezighield met paardenfokkerij en -verzorging. Na hun scheiding in 2001 werd een echtscheidingsconvenant opgesteld waarin zij finale kwijting aan elkaar verleenden over gemeenschappelijke tegoeden en schulden.
Eiser vordert betaling van €155.948,83 van gedaagde, stellende dat hij de schuld van de maatschap aan Patahl grotendeels uit eigen middelen heeft voldaan en dat gedaagde hem dit bedrag verschuldigd is als de helft van die schuld. Gedaagde voert verweer, onder meer dat de vordering verjaard is en dat de gemeenschap van de ontbonden maatschap is verdeeld.
De rechtbank oordeelt dat de vordering niet is onderbouwd met bewijs dat eiser de schuld uit eigen middelen heeft voldaan. De boekhoudkundige stukken tonen slechts een rekening-courantverhouding tussen Patahl en de maatschap, en verklaringen van eiser zelf duiden op een boekhoudkundige constructie zonder daadwerkelijke betaling.
Daarom ontbreekt de grondslag voor de vordering en wordt deze afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde, begroot op €4.256,00. De voorwaardelijke reconventionele vordering wordt niet behandeld omdat de noodzakelijke voorwaarden daarvoor ontbreken.
Uitkomst: Vordering tot betaling van helft schuld voormalige maatschap aan Patahl wordt afgewezen wegens ontbreken van bewijs van betaling uit eigen middelen.