ECLI:NL:RBARN:2012:BW0439
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.P.E.E. van Groeningen
- E. de Boer
- F.N.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke werkstraf voor medeplegen feitelijke aanranding binnen de krijgsmacht
In de periode van december 2009 tot februari 2010 vond nabij Harskamp een incident plaats waarbij een militair, het slachtoffer, werd vastgehouden door twee medemilitairen en vervolgens door een derde militair met ontbloot onderlichaam op zijn gezicht werd gezeten. Verdachte, een korporaal, werd beschuldigd van medeplegen van deze feitelijke aanranding.
De verdediging stelde dat het incident een onschuldige grap was en dat verdachte niet aanwezig kon zijn vanwege revalidatie. De militaire kamer verwierp dit verweer op basis van verklaringen van getuigen en het slachtoffer, die het gedrag als gedwongen en met geweld omschreven. De kamer oordeelde dat het vastklemmen en het zitten op het gezicht een schending van de lichamelijke integriteit vormde en dat het opzet van verdachte bewezen was.
De militaire kamer veroordeelde verdachte tot een voorwaardelijke werkstraf van 40 uur met een proeftijd van twee jaar. Tevens werd een schadevergoeding van €100,- aan het slachtoffer toegekend, met een vervangende hechtenis van twee dagen bij niet-betaling. De straf weerspiegelt de ernst van de gedragingen, waarbij rekening werd gehouden met het ontbreken van eerdere veroordelingen en het feit dat het incident niet louter kwaadwillig was bedoeld.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf van 40 uur en een schadevergoeding van €100,- wegens medeplegen van feitelijke aanranding.