ECLI:NL:RBARN:2012:BW0051
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs dwang bij verkrachting minderjarige jongen
De rechtbank Arnhem behandelde de zaak van een 45-jarige man die werd beschuldigd van verkrachting van een 17-jarige jongen in juli 2010. Hoewel seksuele handelingen tussen de twee hebben plaatsgevonden, achtte de rechtbank niet bewezen dat deze onder dwang, geweld of bedreiging zijn verricht. De officier van justitie had eveneens vrijspraak geëist.
Tijdens de zitting verklaarden zowel verdachte als aangever dat zij elkaar op 3 juli 2010 in een café ontmoetten en daarna seksuele handelingen plaatsvonden in de woning van verdachte. Aangever gaf aan dat de seks aanvankelijk met wederzijds goedvinden was, maar later veranderde in pijnlijke en ongewilde handelingen waarbij verdachte hem zou hebben vastgebonden en mishandeld. Medisch onderzoek bevestigde blauwe plekken en bijtwonden bij aangever.
De rechtbank stelde vast dat hoewel er aanwijzingen zijn voor hardhandige seksuele handelingen, er onvoldoende bewijs is dat deze onder dwang of bedreiging hebben plaatsgevonden. De verklaringen van aangever werden met voorzichtigheid beoordeeld vanwege zijn zwakbegaafdheid en psychische problematiek. Ook de ogenschijnlijke ongerijmdheden in zijn verklaringen, zoals het sturen van affectieve sms-berichten en het maken van nieuwe afspraken met verdachte, wekten twijfel.
De rechtbank concludeerde dat het mogelijk was dat pijnlijke ervaringen elders of met anderen plaatsvonden en dat alle seksuele handelingen mogelijk met wederzijds goedvinden waren. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastegelegde verkrachting en ontucht.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor dwang, geweld of bedreiging bij verkrachting.