ECLI:NL:RBARN:2012:BW0030
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. de Boer
- T.P.E.E. van Groeningen
- F.N.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak militair wegens schending behoorlijke procesorde bij tuchtzaak
Een militair kreeg op 9 oktober 2011 een berisping opgelegd wegens het afgeven van een ongecontroleerd schot tijdens het ontladen van zijn wapen, wat een overtreding van het dienstvoorschrift HB 2-1352 betrof. Tegen deze berisping werd op 13 oktober 2011 beklag ingediend, waarna een onderzoek op beklag plaatsvond op 17 oktober 2011.
Tijdens het onderzoek op beklag werd de militair gehoord, maar het laatste woord werd hem niet gegeven na het horen van een getuige. Deze getuige werd bovendien buiten de aanwezigheid van de militair gehoord, waardoor de militair niet in de gelegenheid werd gesteld vragen te stellen. De beslissing op het beklag werd pas op 20 oktober 2011 gegeven, terwijl dit uiterlijk op de eerstvolgende werkdag na het onderzoek had moeten gebeuren.
De militaire kamer oordeelde dat deze procedurefouten, waaronder het niet geven van het laatste woord, het horen van een getuige na sluiting van het onderzoek en het horen van de getuige buiten aanwezigheid van de militair, een schending van de behoorlijke procesorde vormden. Hierdoor was de verdediging van de militair geschaad. Daarom vernietigde de militaire kamer de uitspraak op beklag en sprak de militair vrij van de hem verweten gedraging.
Uitkomst: De militair wordt vrijgesproken wegens schending van de behoorlijke procesorde tijdens de tuchtprocedure.