ECLI:NL:RBARN:2012:BV8943
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs huiselijk geweld en poging tot doodslag
De rechtbank Arnhem behandelde de zaak van een 39-jarige man uit Ede die werd verdacht van poging tot doodslag en mishandeling van zijn levensgezel op 23 januari 2011. De aangeefster deed melding van ernstig geweld, waaronder het dichtknijpen van haar keel en het toebrengen van letsel door trappen en schoppen.
Tijdens de zitting op 1 maart 2012 werden de verklaringen van verdachte en aangeefster vergeleken. Deze liepen op cruciale punten sterk uiteen. Aangeefster beschreef ernstig geweld, terwijl verdachte ontkende en verklaarde slechts een scherf van een gebroken bloempot te hebben gegooid en daarna te zijn vertrokken.
Het dossier bevatte foto’s van letsel bij de aangeefster, maar deze waren van slechte kwaliteit en boden geen duidelijkheid over aard en oorzaak van het letsel. Een forensisch arts kon ook geen uitsluitsel geven. Hierdoor ontbrak overtuigend bewijs om tot een bewezenverklaring te komen.
De rechtbank oordeelde dat op basis van de wettige bewijsmiddelen onvoldoende bewijs bestond dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan de ten laste gelegde feiten. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van zowel het primair als subsidiair ten laste gelegde.
Deze uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Arnhem op 15 maart 2012, waarbij mr. J.J.H. van Laethem als voorzitter optrad.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende overtuigend bewijs voor poging tot doodslag en mishandeling.